Artikel 225, WIB 92
Art. 225, tweede lid, 5°, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2004 (art. 90 en 114, W 28.04.2003 - B.S. 15.05.2003; Numac: 2003022481 - err. B.S. 26.05.2003; inwerkingtreding: art. 23, § 3, A, 1°, KB 14.11.2003 - B.S. 14.11.2003, ed. 2; Numac: 2003023006)
De belasting met betrekking tot in artikel 221 vermelde inkomsten is gelijk aan de onroerende en roerende voorheffing.
De belasting wordt berekend:
1° tegen het tarief van 20 % op inkomsten vermeld in artikel 222, 1° tot 3°;
2° tegen het tarief van 33 % of van 16,5 % op in artikel 222, 4°, vermelde meerwaarden, volgens het onderscheid in artikel 171, 1°, b, en 4°, d;
3° tegen het tarief van 16,5 % op in artikel 222, 5° en 6°, vermelde meerwaarden;
4° tegen het tarief van 300 % op niet verantwoorde kosten vermeld in artikel 223, 1°;
5° tegen het tarief vermeld in artikel 215, eerste lid, op in artikel 223, 2° en 3°, vermelde bijdragen, pensioenen, renten, toelagen en vergoedingen;
6° tegen het tarief van 15 % op in artikel 224 vermelde dividenden.
