Artikel 12ter, Wetboek van de Btw
Artikel 12ter
(Actuele tekst, met ingang van 01.01.2020) [historiek]
§ 1.De overbrenging door een belastingplichtige in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep van een goed van zijn bedrijf naar een andere lidstaat, wordt niet behandeld als een levering van goederen onder bezwarende titel
§ 2.Voor de toepassing van dit artikel wordt geacht sprake te zijn van de regeling inzake voorraad op afroep wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1°de goederen worden verzonden of vervoerd door een belastingplichtige of door een derde partij voor diens rekening naar een andere lidstaat om die goederen daar, in een later stadium en na aankomst, aan een andere belastingplichtige te leveren die ertoe gerechtigd zal zijn om over deze goederen als eigenaar te beschikken krachtens een bestaande overeenkomst tussen de beide belastingplichtigen;
2°de belastingplichtige die de goederen verzendt of vervoert, heeft zijn zetel van economische activiteit niet gevestigd en heeft geen vaste inrichting in de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd;
3°de belastingplichtige voor wie de goederen zijn bestemd om te worden geleverd, is voor btw-doeleinden geïdentificeerd in de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd, en zowel zijn identiteit als het btw-identificatienummer dat door die lidstaat aan hem is toegekend, zijn bij de in 2° bedoelde belastingplichtige bekend op het tijdstip waarop de verzending of het vervoer aanvangt;
4°de belastingplichtige die de goederen verzendt of vervoert, neemt het vervoer van de goederen op in het in artikel 54bis, § 1, derde lid, bedoelde register en vermeldt de identiteit van de belastingplichtige die de goederen afneemt, evenals het btw-identificatienummer dat aan hem is toegekend door de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd, overeenkomstig artikel 53sexies, § 1, 4°, in de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen.
§ 3.Wanneer aan de voorwaarden van paragraaf 2 is voldaan, wordt een levering van goederen overeenkomstig artikel 39bis, eerste lid, 1°, geacht te zijn verricht door de belastingplichtige die de goederen zelf heeft verzonden of vervoerd of voor zijn rekening door een derde heeft laten verzenden of vervoeren, op het tijdstip van de overdracht van de macht om als eigenaar over de goederen te beschikken, aan de in paragraaf 2, 3°, bedoelde belastingplichtige, op voorwaarde dat de overdracht binnen de in paragraaf 4 bedoelde termijn plaatsvindt.
§ 4.Wanneer de goederen binnen twaalf maanden na aankomst van de goederen in de lidstaat waarnaar de goederen zijn verzonden of vervoerd, niet zijn geleverd aan de belastingplichtige voor wie zij waren bestemd, bedoeld in paragraaf 2, 3°, of paragraaf 6, en geen van de omstandigheden van paragraaf 7 zich hebben voorgedaan, wordt een overbrenging in de zin van artikel 12bis, eerste lid, geacht te zijn verricht op de dag na het verstrijken van de periode van twaalf maanden.
§ 5.Wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld, wordt geen overbrenging in de zin van artikel 12bis, eerste lid, geacht te zijn verricht:
1°de macht om te beschikken over de goederen is niet overgedragen en die goederen worden teruggezonden naar België binnen de in paragraaf 4 bedoelde termijn;
2°de belastingplichtige die de goederen heeft verzonden of vervoerd, neemt de terugzending ervan op in het in artikel 54bis, § 1, derde lid, bedoelde register.
§ 6.Wanneer de in paragraaf 2, 3°, bedoelde belastingplichtige binnen de in paragraaf 4 bedoelde termijn wordt vervangen door een andere belastingplichtige, wordt op het tijdstip van de vervanging geen overbrenging in de zin van artikel 12bis, eerste lid, geacht te zijn verricht, wanneer
1°de andere in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden zijn vervuld;
2°de in paragraaf 2, 2°, bedoelde belastingplichtige de vervanging opneemt in het in artikel 54bis, § 1, derde lid, bedoelde register.
§ 7.Wanneer één van de in de paragrafen 2 en 6 vastgelegde voorwaarden binnen de in paragraaf 4 bedoelde termijn niet langer is vervuld, wordt een overbrenging van goederen in de zin van artikel 12bis, eerste lid, geacht te zijn verricht op het tijdstip dat de desbetreffende voorwaarde niet langer is vervuld.
Wanneer de goederen worden geleverd aan een andere persoon dan de in paragraaf 2, 3°, of in paragraaf 6 bedoelde belastingplichtige, worden de in de paragrafen 2 en 6 bedoelde voorwaarden geacht niet langer te zijn vervuld onmiddellijk vóór een dergelijke levering.
Wanneer de goederen worden verzonden of vervoerd naar een ander land dan België, worden de in de paragrafen 2 en 6 bedoelde voorwaarden geacht niet langer te zijn vervuld onmiddellijk vóór de aanvang van een dergelijke verzending of een dergelijk vervoer.
In geval van vernietiging, verlies of diefstal van de goederen worden de in de paragrafen 2 en 6 bedoelde voorwaarden geacht niet langer te zijn vervuld op de datum waarop de goederen daadwerkelijk werden verwijderd of vernietigd, of wanneer het onmogelijk is om deze datum te bepalen, op de datum waarop werd vastgesteld dat de goederen waren vernietigd of verdwenen.
