Artikel 53octies, Wetboek van de Btw
Artikel 53octies (toekomstig recht)
(De tekst van art. 53octies, §§ 1bis en 2, wordt opgeheven (Art. 46, W 12.05.2024, B.S. 30.05.2024, Ed. 2, pg. 68168, Numac: 2024003880). Deze wijziging treedt in werking voor alle of bepaalde categorieën van houders van een ondernemingsnummer, evenals voor natuurlijke personen, op een datum respectievelijk te bepalen door de Koning, en ten laatste op 01.01.2028 (Art. 222, W 12.05.2024))
§ 1. De Koning kan toelaten dat de door Hem aan te wijzen groepen van belastingplichtigen de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde aangifte slechts driemaandelijks, zesmaandelijks of jaarlijks indienen.
Hij kan toelaten dat de door Hem aan te wijzen groepen van belastingplichtigen, onder de door Hem te stellen voorwaarden, de in artikel 53sexies bedoelde intracommunautaire opgave slechts voor elk kalenderkwartaal indienen binnen een termijn van ten hoogste één maand te rekenen vanaf het einde van dat kwartaal.
Hij kan aan belastingplichtigen de verplichting opleggen om ieder jaar op de door Hem te bepalen wijze de administratie in kennis te stellen van het totale bedrag van de goederen die zij geleverd en de diensten die zij verstrekt hebben, in de loop van het vorige jaar, aan iedere afnemer gevestigd in een land waarmee België een verdrag tot wederzijdse bijstand inzake omzetbelasting heeft gesloten.
Hij kan andere verplichtingen bepalen om de juiste heffing van de belasting te waarborgen en om de fraude te vermijden.
§ 1bis. (Opgeheven)
§ 2. (Opgeheven)
§ 3. De gegevens van de aangiften en de inlichtingen bedoeld in de artikelen 53, § 1, eerste lid, 2°, 53ter, 53quinquies tot 53septies en 53octies, § 1bis, die door de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, fotografisch, optisch, elektronisch of volgens elke andere informatica- of telegeleidingstechniek worden geregistreerd, bewaard of weergegeven, evenals hun weergave op een leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.
§ 4. Onverminderd de toepassing van paragraaf 3, hebben de gegevens en de stukken die de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, opgesteld of verzonden in het kader van de toepassing van de wetgeving inzake de belasting over de toegevoegde waarde en die fotografisch, optisch, elektronisch of volgens elke andere informatica- of telegeleidingstechniek worden geregistreerd, bewaard of weergegeven, evenals hun weergave op een leesbare drager, bewijskracht.
