Artikel 93undeciesD, Wetboek van de Btw

Artikel 93undeciesD (actuele versie)

(Het artikel werd opgeheven bij de wet van 13 april 2019, uitgezonderd voor de gevallen bedoeld in artikel 138 van die wet) (1)

(Voor de gevallen waarin het artikel nog steeds van toepassing is, werd de tekst van het eerste lid gewijzigd (Art. 89, W 28.12.2023, B.S. 29.12.2023, pg. 125014, Numac: 2023048795). Deze wijziging is van toepassing voor openbare verkopen van roerende goederen na 10.01.2024 (Art. 90, tweede lid, W 28.12.2023))

Openbare ambtenaren of ministeriële officieren, belast met de openbare verkoping van roerende goederen waarvan de waarde ten minste 2.500 euro bedraagt, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren die de eigenaar op het ogenblik van de verkoping verschuldigd is, indien zij niet ten minste zeven werkdagen vooraf, bij ter post aangetekende brief, de voor de eigenaar van die goederen bevoegde ontvanger ervan verwittigen.

Wanneer de verkoping heeft plaatsgehad, geldt de kennisgeving van het bedrag der belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren door de bevoegde ontvanger bij ter post aangetekende brief, uiterlijk daags vóór de verkoping, als beslag onder derden in handen van de in het eerste lid vermelde openbare ambtenaren of ministeriële officieren.