Artikel 53bis, Wetboek van de Btw
Artikel 53bis (actuele versie)
(De tekst van art. 53bis, § 1, eerste lid, werd gewijzigd (Art. 8, W 21.03.2024, B.S. 09.04.2024, pg. 40955, Numac: 2024002757) met ingang van 01.01.2025 (Art. 26, W 21.03.2024))
§ 1. De belastingplichtigen op wie de vrijstellingsregeling van belasting bedoeld in de artikelen 56bis tot en met 56undecies of de regeling bedoeld in artikel 57, toepasselijk is, de belastingplichtigen die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichten waarvoor zij geen recht op aftrek hebben, alsmede de niet-belastingplichtige rechtspersonen moeten jaarlijks, vooraleer de eerste intracommunautaire verwerving van goederen te verrichten ten gevolge waarvan de in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, b, bedoelde drempel van 11.200 EUR wordt overschreden, een verklaring van het overschrijden van die drempel indienen.
Zij zijn evenwel van die verklaring ontslagen wanneer een dergelijke verklaring in de loop van het voorafgaande kalenderjaar werd ingediend of wanneer zij in de loop van datzelfde kalenderjaar voor hun intracommunautaire verwervingen van goederen gehouden waren tot het indienen van de in artikel 53ter bedoelde aangifte en het aldus aangegeven bedrag hoger was dan de genoemde drempel van 11.200 EUR.
§ 2. De belastingplichtigen die niet voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd moeten vooraleer een dienst zal worden verstrekt waarvoor zij de eerste maal schuldenaar worden van de belasting bij toepassing van artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, meedelen dat een dergelijke dienst hun voor de eerste maal wordt verstrekt.
De belastingplichtigen bedoeld in artikel 50, § 1, eerste lid, 5°, dienen eveneens vooraleer zij een eerste maal een dienst verstrekken die krachtens de communautaire bepalingen geacht wordt in een andere lidstaat plaats te vinden en waarvoor de belasting is verschuldigd door de ontvanger van de dienst, mee te delen dat zij een dergelijke dienst voor de eerste maal verstrekken.
