Artikel 63bis, Wetboek van de Btw

Artikel 63bis (actuele versie)

(De tekst van art. 63bis, eerste, tweede en derde lid, wordt opgeheven met ingang van 01.01.2020 (Art. 3, W 13.04.2019, B.S. 30.04.2019, pg. 41412). Deze wetswijziging is niet van toepassing op het administratieve dwangbevel inzake belasting over de toegevoegde waarde dat ter kennis werd gebracht of werd betekend vóór de datum van haar inwerkingtreding (Art. 138, 1°, W 13.04.2019))

[Eerste, tweede en derde lid opgeheven] (1)

De bevoegdheden waarover de ambtenaren bedoeld in de artikelen 61, 62, § 1, en 63, beschikken, kunnen worden toegekend aan ambtenaren van andere fiscale administraties. De Koning duidt deze administraties en, wanneer hij het nodig acht, de ambtenaren aan.

(1) Het eerste, tweede en derde lid, zoals van kracht vóór 01.01.2020, blijven evenwel van toepassing op het administratieve dwangbevel dat ter kennis werd gebracht of werd betekend vóór 01.01.2020.

De W 13.04.2019 is niet van toepassing op het administratieve dwangbevel inzake belasting over de toegevoegde waarde dat ter kennis werd gebracht of werd betekend voor de datum van haar inwerkingtreding (art. 138, 1°); op fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen opgenomen in een kohier, een bijzonder kohier of een innings- en invorderingsregister, uitvoerbaar verklaard voor de datum van haar inwerkingtreding (art. 138, 5°); op fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, andere dan deze waarvan de inning en de invordering verzekerd zijn in toepassing van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een in kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot hun betaling, voor de datum van haar inwerkingtreding (art. 138, 6°)