Artikel 92ter, Wetboek van de Btw
(Actuele tekst met ingang van 10.12.2022) [historiek]
In geval van niet-naleving door de belastingplichtige of van eenieder, van de verplichtingen opgenomen in de artikelen 60, 61, 62, 62bis, 63, van dit Wetboek, kan de fiscale administratie van de in het tweede lid bevoegde rechter eisen dat de betrokken belastingplichtige veroordeeld wordt tot betaling van een dwangsom in overeenstemming met de artikelen 1385bis tot 1385nonies van het Gerechtelijk Wetboek.
De vordering wordt aanhangig gemaakt bij de rechter die bevoegd is om te oordelen over de toepassing van de belastingwet zoals bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, van het Gerechtelijk Wetboek en deze vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding.
De dwangsom kan gevorderd worden wanneer de onderzoekingen uitgevoerd worden op vraag van een Staat waarmee België een rechtsgrond tot uitwisselen van inlichtingen heeft inzake de belasting over de toegevoegde waarde.
