Artikel 33, Wetboek van de Btw
Artikel 33 (actuele versie)
(De tekst van art. 33, § 1, 1°, werd gewijzigd (Art. 9, W 11.02.2019, B.S. 22.02.2019, pg. 17992) en § 2bis, werd ingevoegd (Art. 4, W 14.10.2018, B.S. 25.10.2018, pg. 81448, Erratum B.S. 30.11.2018) met ingang van 01.01.2019)
§ 1. De maatstaf van heffing is:
1° voor de handelingen bedoeld in artikel 10, § 3, en in artikel 12, de aankoopprijs van de goederen of soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, in voorkomend geval rekening houdend met artikel 26, § 1, tweede en derde lid, en met artikel 28, bepaald op het tijdstip waarop die handelingen worden verricht;
2° voor de handelingen bedoeld in artikel 19, § 1 en § 2, 2°, de door de belastingplichtige gedane uitgaven;
3° voor de handelingen bedoeld in artikel 19, § 2, 1°, de overeenkomstig artikel 32 vastgestelde normale waarde van de dienst.
§ 2. In afwijking van artikel 26 is de maatstaf van heffing voor de levering van goederen of de diensten de normale waarde zoals die overeenkomstig artikel 32 is bepaald indien:
1° de tegenprestatie lager is dan de normale waarde;
2° de afnemer van de levering van goederen of de dienst geen volledig recht op aftrek heeft van de verschuldigde belasting;
3° de afnemer verbonden is met de leverancier van de goederen of de dienstverrichter:
- ingevolge een arbeidsovereenkomst, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad;
- als vennoot, lid of bestuurder van de vennootschap of rechtspersoon, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad.
§ 2bis. In afwijking van artikel 26 is de maatstaf van heffing voor de in artikel 44, § 3, 2°, d), bedoelde verhuur, de normale waarde zoals die overeenkomstig artikel 32 is bepaald wanneer:
1° de tegenprestatie lager is dan de normale waarde;
2° de huurder geen volledig recht op aftrek heeft van de verschuldigde belasting;
3° de huurder op een van de volgende manieren verbonden is met de verhuurder:
a) ingevolge een arbeidsovereenkomst, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad;
b) als vennoot, lid of bestuurder van de vennootschap of rechtspersoon, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad;
c) ingevolge een rechtstreekse of onrechtstreekse controleverhouding in feite of in rechte;
d) ingevolge het feit dat de meerderheid van de activa die zij hebben ingezet voor de behoeften van hun economische activiteit rechtstreeks of onrechtstreeks toebehoren aan dezelfde persoon;
e) ingevolge het feit dat zij in rechte of in feite rechtstreeks of onrechtstreeks onder een gemeenschappelijke leiding staan;
f) ingevolge het feit dat zij hun werkzaamheden geheel of gedeeltelijk in gemeenschappelijk overleg organiseren;
g) ingevolge het feit dat zij in rechte of in feite rechtstreeks of onrechtstreeks onder de controlebevoegdheid staan van één persoon.
§ 3. Bij ruil en, meer algemeen, wanneer de tegenprestatie niet uitsluitend uit een geldsom bestaat, wordt die prestatie voor de berekening van de belasting op haar normale waarde gerekend.
