Artikel 54bis, Wetboek van de Btw

Artikel 54bis (actuele versie)

(De tekst van art. 54bis, § 1, werd vervangen met ingang van 10.07.2021 (Art. 16, W 27.06.2021, B.S. 30.06.2021, Ed. 3, pg. 66732, Numac: 2021042511))

§ 1. Iedere belastingplichtige, met uitsluiting van de btw-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, evenals de leden van een btw-eenheid houden een register bij van de goederen die zij hebben verzonden of vervoerd, of die voor hun rekening werden verzonden of vervoerd, naar een andere lidstaat voor de handelingen bedoeld in artikel 12bis, tweede lid, 4° tot 6°.

Iedere belastingplichtige, met uitsluiting van de btw-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, evenals de leden van een btw-eenheid houden een register bij om de lichamelijke roerende goederen te kunnen identificeren die vanuit een andere lidstaat naar hen zijn verzonden door of voor rekening van een in die andere lidstaat voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige en die het voorwerp zijn van een materieel werk of een expertise.

Iedere belastingplichtige, met uitsluiting van de btw-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, evenals de leden van een btw-eenheid die goederen overbrengen in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep bedoeld in artikel 12ter, houden een register bij dat de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde in staat stelt de correcte toepassing van die regeling te controleren.

Iedere belastingplichtige, met uitsluiting van de btw-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, evenals de leden van een btw-eenheid aan wie goederen worden geleverd in België in het kader van de in artikel 17bis van de richtlijn 2006/112/EG bedoelde regeling inzake voorraad op afroep, houden een register van deze goederen bij.

§ 2. De Koning kan de belastingplichtigen, die door Hem aan te wijzen goederen bewerken of verwerken, onder zich hebben of gebruiken, voorschrijven een goederenadministratie te houden en de maakloonwerkers opleggen een bijzonder register bij te houden waarin zij optekenen: de naam en het adres van de opdrachtgevers, alsmede, voor ieder van hen, de aard en de hoeveelheid van de gebruikte en van de bewerkte of verwerkte goederen.

§ 3. De Koning regelt de toepassingsmodaliteiten van de §§ 1 en 2.