Artikel 93quaterdecies, Wetboek van de Btw

Artikel 93quaterdecies (actuele versie)

(De tekst van art. 93quaterdecies, § 1, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2020 (Art. 27, W 13.04.2019, B.S. 30.04.2019, pg. 41412). Deze wetswijziging is niet van toepassing op het administratieve dwangbevel inzake belasting over de toegevoegde waarde dat ter kennis werd gebracht of werd betekend vóór de datum van haar inwerkingtreding (Art. 138, W 13.04.2019)) (1)

§ 1. De bestuursdiensten van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies der hoven en rechtbanken, de besturen van de Gemeenschappen en de Gewesten van de Belgische Staat, de provinciën, de agglomeraties en de gemeenten, evenals de openbare organismen en instellingen, zijn gehouden wanneer ze daartoe aangezocht zijn door een ambtenaar belast met de vestiging […] van de belastingen, hem alle in hun bezit zijnde inlichtingen te verstrekken, hem, zonder verplaatsing, van alle in hun bezit zijnde akten, stukken, registers en om 't even welke bescheiden inzage te verlenen en hem alle inlichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen welke bedoelde ambtenaar ter verzekering van de aanslag in, of de heffing van de door de Staat geheven belastingen nodig acht.

Met het oog op de toepassing van dit Wetboek dient onder openbare lichamen te worden verstaan, de instellingen, maatschappijen, verenigingen, instellingen en diensten welke de Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten van de Belgische Staat medebeheren, waaraan de Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten van de Belgische Staat een waarborg verstrekken, op de bedrijvigheid waarvan de Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten van de Belgische Staat toezicht uitoefenen of waarvan het bestuurspersoneel aangewezen wordt door de Federale Regering of een gemeenschaps- of gewestregering, op haar voordracht of met haar goedkeuring.

Van de akten, stukken, registers en bescheiden of inlichtingen in verband met gerechtelijke procedures mag evenwel geen inzage of afschrift worden verleend zonder uitdrukkelijke toelating van het openbaar ministerie.

Het eerste lid is niet van toepassing op de Bank van De Post, de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie, noch op de kredietinstellingen. Andere afwijkingen van deze bepaling kunnen worden ingevoerd bij door de Minister van Financiën mede ondertekende koninklijke besluiten.

§ 2. Alle inlichtingen, stukken, processen-verbaal of akten ontdekt of bekomen in het uitoefenen van zijn functie, door een ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een der hierboven aangeduide diensten, kunnen door de Staat ingeroepen worden voor het opsporen van elke krachtens de belastingwetten verschuldigde som.

Desondanks kan het aanbieden tot registratie van de processen-verbaal en van de verslagen over expertises betreffende gerechtelijke procedures, het bestuur dan alleen toelaten die akten in te roepen mits het daartoe de in het derde lid van § 1 bepaalde toelating heeft bekomen.

§ 3. Alle administraties die ressorteren onder de Federale Overheidsdienst Financiën zijn gehouden alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen ter beschikking te stellen aan alle ambtenaren van deze Overheidsdienst, voorzover die ambtenaren regelmatig belast zijn met de vestiging of de invordering van de belastingen, en voorzover die gegevens bijdragen tot de vervulling van de opdracht van die ambtenaren tot de vestiging of de invordering van eender welke door de Staat geheven belasting.

Elke ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën, die regelmatig werd belast met een controle- of onderzoeksopdracht, is van rechtswege gemachtigd alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te vragen, op te zoeken of in te zamelen die bijdragen tot de vestiging of de invordering van eender welke, andere, door de Staat geheven belasting.

(1) Het artikel zoals van kracht vóór 01.01.2020, blijft evenwel van toepassing op het administratieve dwangbevel dat ter kennis werd gebracht of werd betekend vóór 01.01.2020.

De Wet tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019 is niet van toepassing op het administratieve dwangbevel inzake belasting over de toegevoegde waarde dat ter kennis werd gebracht of werd betekend voor de datum van haar inwerkingtreding (art. 138, 1°); op fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen opgenomen in een kohier, een bijzonder kohier of een innings- en invorderingsregister, uitvoerbaar verklaard voor de datum van haar inwerkingtreding (art. 138, 5°); op fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, andere dan deze waarvan de inning en de invordering verzekerd zijn in toepassing van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een in kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot hun betaling, voor de datum van haar inwerkingtreding (art. 138, 6°).