Artikel 52bis, Wetboek van de Btw

Artikel 52bis (toekomstig recht)

(De tekst van art. 52bis, § 1, tweede lid, 9°, wordt gewijzigd (Art. 13, W 16.05.2024, B.S. 21.06.2024, Ed. 2, pg. 77671, Numac: 2024005238) met ingang van 09.04.2026 (Art. 24, W 16.05.2024))

§ 1. Wanneer ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, ter gelegenheid van hun onderzoeken bij een belastingplichtige, feiten vaststellen die een geheel van overeenstemmende aanwijzingen van ernstige fraude, al dan niet georganiseerd, uitmaken en bijgedragen hebben tot de overtreding van de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, kunnen zij bewarend beslag leggen op de roerende goederen waarvoor tijdens die onderzoeken niet is aangetoond dat zij uitsluitend aan derden toebehoren.

De in het eerste lid bedoelde ambtenaren, in het bezit van hun aanstellingsbewijs, stellen een proces-verbaal van beslag op dat met name de volgende vermeldingen moet bevatten:

de dag, de maand, het jaar en de plaats van het beslag;

de naam, voornaam, graad en hoedanigheid van de verbaliserende ambtenaren;

de identificatie van de beslagene door de vermelding van het ondernemingsnummer indien gekend alsook van hetzij de naam, de voornaam en de woonplaats voor een natuurlijke persoon, hetzij de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel voor een rechtspersoon;

de vermelding van de in het eerste lid bedoelde feiten vastgesteld door deze ambtenaren;

de motivatie van de hoogdringendheid van het beslag;

de vermelding en de specificatie van een belastingschuld die zeker is en vaststaand of vatbaar voor een voorlopige raming;

de inventaris van de beslagen goederen die een voldoende nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de goederen bevat;

de handtekening van minstens twee verbaliserende ambtenaren;

de integrale weergave van artikel 665 van het Strafwetboek;

10° de rechtsmiddelen tegen de genomen maatregelen, het bevoegde gerechtelijk arrondissement en de bevoegde rechtsinstantie;

11° de in het eerste lid bedoelde administratie die in geval van beroep moet worden gedagvaard.

Indien het afschrift van het proces-verbaal niet aan de beslagene kan worden overhandigd tegen ontvangstbewijs op het ogenblik van het beslag, wordt dit afschrift onmiddellijk ter plekke achtergelaten en wordt het proces-verbaal van beslag - op straffe van nietigheid - hem binnen de veertien dagen bij aangetekende brief ter kennis gebracht.

Dit bewarend beslag mag geen afbreuk doen aan artikel 1408, §§ 1 en 2, van het Gerechtelijk Wetboek inzake de niet voor beslag vatbare goederen.

Ten gevolge van het bewarend beslag kunnen de goederen niet worden vervreemd of bezwaard gedurende een periode van drie jaar zonder dat evenwel enig voorrecht wordt verschaft. Het bewarend beslag geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden binnen drie werkdagen te rekenen vanaf de overhandiging of de betekening van het proces-verbaal, door de verbaliserende ambtenaren, van een bericht van beslag overeenkomstig artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 2. Op straffe van nietigheid moet de geldigheid van het in § 1 bedoelde beslag bekrachtigd worden door de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor belast met de invordering van de fiscale schuld bevindt, binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van het in § 1, tweede lid, bedoelde proces-verbaal. De procedure wordt ingeleid op eenzijdig verzoekschrift. De beslissing van de beslagrechter is uitvoerbaar bij voorraad.

Bij toepassing van het principe van artikel 1420 van het Gerechtelijk Wetboek kan de beslagene binnen de drie maanden na overhandiging van het proces-verbaal van beslag of van de verzending van de aangetekende brief beroep instellen bij de beslagrechter van het ambtsgebied waarin zich het kantoor belast met de invordering van de fiscale schuld bevindt, om de opheffing of wijziging van het beslag te verkrijgen in het geval dat niet aan de voorwaarden van dit artikel werd voldaan. De beslagrechter kan het beslag wijzigen in de mate dat de waarde van de in § 1, tweede lid, 7°, bedoelde beslagen goederen het bedrag van de in § 1, tweede lid, 6°, bedoelde schuld op een disproportionele manier overschrijdt.

De beslagrechter kan het beslag tevens wijzigen of opheffen in geval van veranderde omstandigheden.

De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding overeenkomstig de artikelen 1035 tot 1041 van het Gerechtelijk Wetboek.

In voorkomend geval behoudt het beslag zijn bewarend karakter gedurende de rechtsgang van de ingeleide gerechtelijke procedure evenals tijdens een eventuele rechtsgang van de vordering in rechte ingeleid op grond van artikel 19, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

§ 3. Op straffe van nietigheid van het beslag, wordt de belastingschuld in een innings- en invorderingsregister opgenomen overeenkomstig artikel 85 binnen drie maanden na de kennisgeving van het in § 1, tweede lid, bedoelde proces-verbaal van beslag.

De opname van de belastingschuld in het innings- en invorderingsregister kan maar door verzending van het innings- en invorderingsbericht bedoeld in artikel 85, § 3, worden ter kennis gebracht aan de beslagene na de bekrachtiging van het beslag door de beslagrechter zoals bepaald in § 2, eerste lid. In afwijking van artikel 85, § 3, wordt dit innings- en invorderingsbericht bij aangetekende zending ter kennis gegeven. De afgifte van het stuk bij de aanbieder van de universele postdienst geldt als kennisgeving vanaf de derde daaropvolgende werkdag.

Door de loutere kennisgeving van dit innings- en invorderingsbericht wordt het bewarend beslag omgezet in een uitvoerend beslag en de daaropvolgende tenuitvoerlegging ervan gebeurt overeenkomstig artikel 1497 van het Gerechtelijk Wetboek.

Het uitvoerend beslag op roerende goederen zal vervolgens plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van artikel 1499 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, onverminderd de mogelijkheid voor de beslagene, in geval van veranderde omstandigheden, om de wijziging of opheffing van het beslag te verzoeken voor de beslagrechter.