Artikel 58ter, Wetboek van de Btw

Artikel 58ter

Art. 58ter, met ingang van 09.03.2026 (Art.39, W. 10.02.2026, B.S. 27.02.2026, Numac: 2026001286)

§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

"niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd, noch daar over een vaste inrichting beschikt;

"lidstaat van identificatie": de lidstaat die de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de Gemeenschap;

"lidstaat van verbruik": de lidstaat waar de dienst geacht wordt plaats te vinden overeenkomstig artikel 21bis.

§ 2. Elke niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, mag gebruikmaken van deze bijzondere regeling. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten.

§ 3. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die België kiest als lidstaat van identificatie, doet opgave van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende activiteit aan het elektronisch adres dat daarvoor gecreëerd is door de minister van Financiën of zijn gemachtigde.

Deze aangifte bevat de volgende identificatiegegevens:

naam;

postadres;

elektronische adressen, met inbegrip van websites;

in voorkomend geval, het nationale belastingnummer;

een verklaring dat hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt.

De in het eerste lid bedoelde belastingplichtige deelt elke wijziging mee met betrekking tot de inlichtingen bedoeld in het tweede lid op het elektronische adres bedoeld in het eerste lid.

§ 4. Aan de in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige wordt een individueel btw-identificatienummer toegekend voor de toepassing van deze bijzondere regeling, dat hem langs elektronische weg wordt meegedeeld.

§ 5. De in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige deelt langs elektronische weg de beëindiging mee van zijn activiteit die onder deze bijzondere regeling valt, alsook van elke wijziging ervan waardoor hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken.

De btw-identificatie van de in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige wordt doorgehaald wanneer:

hij meldt dat hij niet langer diensten verricht die onder deze bijzondere regeling vallen;

er anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare handelingen beëindigd zijn;

hij niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

hij bij voortduring niet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling voldoet.

§ 6. De in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, dient langs elektronische weg een aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet onder deze bijzondere regeling vallende diensten zijn verricht. De belastingplichtige dient die aangifte, opgesteld in euro, in uiterlijk vóór het einde van de maand volgend op het verstrijken van elk kalenderkwartaal.

Deze aangifte bevat het btw-identificatienummer voor de toepassing van de bijzondere regeling en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de diensten die onder deze bijzondere regeling vallen en werden verricht gedurende het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft evenals het totale bedrag van de btw daarover, uitgesplitst naar belastingtarieven. De toepasselijke btw-tarieven en de totale verschuldigde btw worden eveneens op de aangifte vermeld.

Wanneer een reeds ingediende aangifte achteraf moet worden gewijzigd, worden die wijzigingen in een volgende aangifte opgenomen, uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend overeenkomstig het eerste lid. In die volgende aangifte worden de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.

De in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige voldoet de btw onder verwijzing naar de betreffende aangifte, uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend.

§ 7. De in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige, voert van alle handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding in de vorm van een register. Dat register omvat voldoende gegevens om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.

De gegevens opgenomen in de in het eerste lid bedoelde boekhouding moeten langs elektronische weg beschikbaar worden gesteld op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van de lidstaat van verbruik.

Deze gegevens moeten worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de dienst is verricht.

§ 8. De in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige mag de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met zijn onder deze regeling vallende diensten niet in aftrek brengen in de in paragraaf 6 bedoelde aangifte. Hij mag die belasting evenwel bij wijze van teruggaaf recupereren overeenkomstig artikel 76, § 3.

Wanneer een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt ertoe gehouden is zich in België te laten identificeren voor activiteiten die niet onder deze bijzondere regeling vallen en waarvoor hij overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, a), moet geïdentificeerd zijn, mag hij de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met zijn onder deze regeling vallende diensten in aftrek brengen in de aangifte die moet worden ingediend overeenkomstig artikel 53, § 1, eerste lid, 2°.

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt maar die België niet kiest als lidstaat van identificatie en niet overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, a), in België moet geïdentificeerd zijn voor handelingen die niet onder deze bijzondere regeling vallen, mag de Belgische belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met zijn onder deze regeling vallende diensten bij wijze van teruggaaf recupereren overeenkomstig artikel 76, § 3.

§ 9. De Koning bepaalt de na te leven formaliteiten met betrekking tot de aangifte van de verrichte handelingen, de betaling van de verschuldigde belasting, het bijhouden van een gepaste boekhouding en de teruggaaf van de voorbelasting.