Artikel 67, Wetboek van de Btw
Artikel 67 (actuele versie)
(De tekst van art. 67, tweede lid werd vervangen en het derde lid werd ingevoegd (Art. 6, W 12.03.2023, B.S. 23.03.2023, pg. 33328, Numac: 2023041020) met ingang van 01.01.2024 (Art. 21, 1° lid, W 12.03.2023). De datum van inwerkingtreding van de wet van 12.03.2023 werd met een jaar uitgesteld tot 01.01.2025 (art. 35, KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329))
Wanneer de in artikel 66 bedoelde persoon de hem ambtshalve opgelegde aanslag betwist, moet hij bewijzen dat deze aanslag overdreven is.
De administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde brengt vooraf de schuldenaar van de belasting, in de vorm en onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, het bedrag en de verantwoording van de belasting die zij voornemens is te heffen ter kennis. De schuldenaar van de belasting kan zijn opmerkingen doen kennen
De administratie brengt de beslissing van ambtshalve aanslag ter kennis bij aangetekende zending. Deze kennisgeving heeft uitwerking op de derde werkdag volgend op de afgifte van de zending aan de aanbieder van de universele postdienst.
