Artikel 63, Wetboek van de Btw

Artikel 63

(Het Grondwettelijk Hof heeft bij arrest nr. 104/2019 van 27 juni 2019 (B.S. 04.03.2020, pg. 13431), een ongrondwettelijke interpretatie geformuleerd van artikel 63, derde lid. Het arrest heeft absoluut gezag van gewijsde vanaf 04.03.2020.

Het Hof zegt voor recht:

Artikel 319, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en artikel 63, derde lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, in die zin geïnterpreteerd dat de door de politierechter verleende toestemming niet dient te worden gemotiveerd, schenden de artikelen 15 en 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.

Dezelfde bepalingen, in die zin geïnterpreteerd dat zij de politierechter niet vrijstellen van de verplichting om de machtiging tot visitatie uitdrukkelijk te motiveren, schenden niet de artikelen 15 en 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.”

Schending of geen schending, afhankelijk van de interpretatie.