Artikel 93duodecies/1, Wetboek van de Btw

Artikel 93duodecies/1

(Actuele tekst met ingang van 01.01.2024) [historiek]

§ 1. De betalingsdienstaanbieders houden registers bij van begunstigden en van betalingen betreffende betalingsdiensten die zij voor elk kalenderkwartaal verlenen, om de bevoegde autoriteiten van de lidstaten in staat te stellen controles uit te oefenen op de leveringen van goederen en diensten die overeenkomstig het bepaalde in titel V van Richtlijn 2006/112/EG geacht worden plaats te vinden in een lidstaat, om de doelstelling inzake bestrijding van btw-fraude te behalen.

§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde verplichting is alleen van toepassing onder de volgende voorwaarden:

de verstrekte betalingsdiensten houden verband met grensoverschrijdende betalingen;

de betalingsdienstaanbieder verleent in de loop van een kalenderkwartaal betalingsdiensten die betrekking hebben op meer dan vijfentwintig grensoverschrijdende betalingen aan dezelfde begunstigde.

Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, wordt een betaling als grensoverschrijdende betaling aangemerkt indien de betaler zich in een lidstaat bevindt en de begunstigde in een andere lidstaat, in een derdelandsgebied of in een derde land.

Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, wordt het aantal grensoverschrijdende betalingen berekend op basis van de door de betalingsdienstaanbieders verleende betalingsdiensten per lidstaat en per in artikel 93duodecies/2, tweede lid, bedoelde identificatiecode. Indien de betalingsdienstaanbieder over informatie beschikt dat de begunstigde meerdere identificatiecodes heeft, wordt de berekening per begunstigde verricht.

§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde verplichting is niet van toepassing op door de betalingsdienstaanbieders van de betaler verleende betalingsdiensten voor elke betaling waarbij ten minste één van de betalingsdienstaanbieders van de begunstigde in een lidstaat is gevestigd als dat blijkt uit de BIC van die betalingsdienstaanbieder of uit een andere bedrijfsidentificatiecode die de betalingsdienstaanbieder en zijn locatie ondubbelzinnig identificeert. De betalingsdienstaanbieders van de betaler nemen niettemin deze betalingsdiensten in aanmerking voor de in paragraaf 2, eerste lid, 2°, en derde lid, bedoelde berekening.

§ 4. Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde verplichting van toepassing is, worden de registers:

door de betalingsdienstaanbieder in elektronische vorm gehouden en bewaard voor een periode van drie kalenderjaren vanaf het einde van het kalenderjaar van de betalingsdatum;

overeenkomstig artikel 24ter van Verordening (EU) nr. 904/2010, beschikbaar gesteld aan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde om die toe te laten haar verplichtingen te vervullen die voortvloeien uit lid 3 van die bepaling, wanneer:

a) België de lidstaat van herkomst is van de betalingsdienstaanbieder;

b) België de lidstaat van ontvangst is van de betalingsdienstaanbieder, wanneer België niet zijn lidstaat van herkomst is maar hij in België betalingsdiensten verleent.