Artikel 21bis, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 21bis, § 2, 5° en §3, inleidende zin, werden vervangen (Art. 4, W 19.12.2025, B.S. 31.12.2025, pg.99183, Numac : 2025009849)] met ingang van 31.12.2025)
§ 1. De plaats van diensten, verricht voor een niet-belastingplichtige, is de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht vanuit een vaste inrichting van de dienstverrichter, op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de dienstverrichter.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt als plaats van de dienst aangemerkt:
1° de plaats waar het onroerend goed is gelegen, wanneer het gaat om een dienst die verband houdt met een uit zijn aard onroerend goed. Zijn inzonderheid bedoeld het werk in onroerende staat, de diensten bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 8° tot 10° of 15°, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerend goed, de diensten van experts en makelaars in onroerende goederen of de diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden, te coördineren of er toezicht op te houden;
2° de plaats waar het vervoer wordt verricht, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het personenvervoerdiensten betreft;
3° de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het andere goederenvervoerdiensten betreft dan het intracommunautair vervoer van goederen;
4° de plaats van het vertrek van het goederenvervoer wanneer het intracommunautair goederenvervoer betreft;
5° de plaats waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt:
a) wanneer de dienst bestaat in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangverlening samenhangende diensten;
b) wanneer de dienst verband houdt met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen, met inbegrip van de diensten van de organisatoren van dergelijke activiteiten en alsmede van de daarmee samenhangende diensten;
Indien de in het eerste lid bedoelde diensten en de daarmee samenhangende diensten betrekking hebben op evenementen of activiteiten die worden gestreamd of anderszins virtueel ter beschikking worden gesteld, wordt evenwel als plaats van de dienst aangemerkt de plaats waar de niet-belastingplichtige is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft;
6° de plaats waar de dienst materieel wordt verricht:
a) in verband met restaurant- en cateringdiensten met uitzondering van die welke materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van een passagiersvervoer;
b) in verband met een dienst die met vervoer samenhangt, zoals het laden, lossen, behandelen en soortgelijke activiteiten;
c) in verband met expertises en werkzaamheden met betrekking tot lichamelijke roerende goederen;
7° de plaats waar het vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking van de ontvanger wordt gesteld indien het een verhuur op korte termijn van een vervoermiddel betreft.
Onder ″verhuur op korte termijn″ wordt verstaan het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste dertig dagen en voor schepen ten hoogste negentig dagen;
7°bis de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, indien het een verhuur anders dan op korte termijn van een vervoermiddel betreft;
7°ter in afwijking van het 7°bis, wanneer het vervoermiddel een pleziervaartuig betreft, de plaats waar het vaartuig daadwerkelijk ter beschikking van de ontvanger wordt gesteld, indien de verhuur anders dan op korte termijn daadwerkelijk door de dienstverrichter wordt verricht vanuit de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting, gevestigd op de plaats van de daadwerkelijke terbeschikkingstelling van het goed aan de ontvanger;
8° de plaats van vertrek van het passagiersvervoer wanneer het restaurant- en cateringdiensten betreft die materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van het vervoer;
9° de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst tot voorwerp heeft:
a) telecommunicatiediensten;
b) radio- en televisieomroepdiensten;
c) langs elektronische weg verrichte diensten.
Het eerste lid is evenwel niet van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de dienstverrichter is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, heeft zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in slechts één lidstaat;
b) de diensten worden verleend aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn, hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere dan de onder a) bedoelde lidstaat;
c) het totale bedrag, exclusief btw, van de diensten bedoeld onder b) en van de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen naar een andere lidstaat dan degene bedoeld onder a), is in het lopende kalenderjaar niet hoger dan 10 000 euro, en heeft dat bedrag ook niet overschreden in de loop van het voorafgaande kalenderjaar.
Wanneer de in het tweede lid, c), bedoelde drempel in de loop van een kalenderjaar wordt overschreden, is het eerste lid van toepassing vanaf de eerste handeling, in zijn geheel beschouwd, waardoor de drempel wordt overschreden.
De belastingplichtigen die in aanmerking komen voor de toepassing van de bepalingen van het tweede lid, kunnen ervoor opteren dat de plaats van de diensten wordt bepaald overeenkomstig het eerste lid. Deze optie geldt voor een periode van ten minste twee kalenderjaren en heeft eveneens tot gevolg dat de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de bepalingen van het derde en het vierde lid, met name de mededeling van de informatie bedoeld in het derde lid en de uitoefeningsmodaliteiten van de optie bedoeld in het vierde lid;
10° de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aldaar zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft:
a) de overdracht en het verlenen van auteursrechten, octrooien, licentierechten, fabrieks- en handelsmerken en soortgelijke rechten;
b) diensten op het gebied van de reclame;
c) diensten verricht door raadgevende personen, ingenieurs, adviesbureaus, advocaten, accountants en andere soortgelijke diensten, alsmede gegevensverwerking en informatieverschaffing;
d) de verplichting om een beroepsactiviteit of een onder a) bedoeld recht geheel of gedeeltelijk niet uit te oefenen;
e) bank-, financiële en verzekeringsverrichtingen met inbegrip van herverzekeringsverrichtingen en met uitzondering van de verhuur van safeloketten;
f) het beschikbaar stellen van personeel;
g) de verhuur van lichamelijke roerende goederen, met uitzondering van alle vervoermiddelen;
h) het bieden van toegang tot een op het grondgebied van de Gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, tot het elektriciteitssysteem of tot warmte- of koudenetten, alsmede het verrichten van transmissie- of distributiediensten via deze systemen of netten en het verrichten van andere daarmee rechtstreeks verbonden diensten;
i) (opgeheven)
j) (opgeheven)
k) (opgeheven)
11° (opgeheven);
12° de plaats waar de hoofdhandeling wordt verricht wanneer het de tussenkomst betreft van een tussenpersoon die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2.
§ 3. Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede concurrentieverstoring te voorkomen, kan de Koning voor de diensten als bedoeld in de paragrafen 1 en 2, 5°, tweede lid, 7°, 9° en 10° of voor sommige ervan:
1° de plaats van deze diensten, die krachtens dit artikel in België is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;
2° de plaats van deze diensten, die krachtens dit artikel, buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie in België geschieden.
(De tekst van art. 21bis, § 2, 9°, tweede lid, c), werd vervangen en het vierde lid, werd aangevuld met ingang van 01.07.2021 (Art. 8, W 02.04.2021, B.S. 13.04.2021, pg. 32957, Numac: 2021041096))
§ 1. De plaats van diensten, verricht voor een niet-belastingplichtige, is de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht vanuit een vaste inrichting van de dienstverrichter, op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de dienstverrichter.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt als plaats van de dienst aangemerkt:
1° de plaats waar het onroerend goed is gelegen, wanneer het gaat om een dienst die verband houdt met een uit zijn aard onroerend goed. Zijn inzonderheid bedoeld het werk in onroerende staat, de diensten bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 8° tot 10° of 15°, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerend goed, de diensten van experts en makelaars in onroerende goederen of de diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden, te coördineren of er toezicht op te houden;
2° de plaats waar het vervoer wordt verricht, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het personenvervoerdiensten betreft;
3° de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het andere goederenvervoerdiensten betreft dan het intracommunautair vervoer van goederen;
4° de plaats van het vertrek van het goederenvervoer wanneer het intracommunautair goederenvervoer betreft;
5° de plaats waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt:
a) wanneer de dienst bestaat in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangverlening samenhangende diensten;
b) wanneer de dienst verband houdt met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen, met inbegrip van de diensten van de organisatoren van dergelijke activiteiten en alsmede van de daarmee samenhangende diensten;
6° de plaats waar de dienst materieel wordt verricht:
a) in verband met restaurant- en cateringdiensten met uitzondering van die welke materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van een passagiersvervoer;
b) in verband met een dienst die met vervoer samenhangt, zoals het laden, lossen, behandelen en soortgelijke activiteiten;
c) in verband met expertises en werkzaamheden met betrekking tot lichamelijke roerende goederen;
7° de plaats waar het vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking van de ontvanger wordt gesteld indien het een verhuur op korte termijn van een vervoermiddel betreft.
Onder ″verhuur op korte termijn″ wordt verstaan het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste dertig dagen en voor schepen ten hoogste negentig dagen;
7°bis de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, indien het een verhuur anders dan op korte termijn van een vervoermiddel betreft;
7°ter in afwijking van het 7°bis, wanneer het vervoermiddel een pleziervaartuig betreft, de plaats waar het vaartuig daadwerkelijk ter beschikking van de ontvanger wordt gesteld, indien de verhuur anders dan op korte termijn daadwerkelijk door de dienstverrichter wordt verricht vanuit de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting, gevestigd op de plaats van de daadwerkelijke terbeschikkingstelling van het goed aan de ontvanger;
8° de plaats van vertrek van het passagiersvervoer wanneer het restaurant- en cateringdiensten betreft die materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van het vervoer;
9° de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst tot voorwerp heeft:
a) telecommunicatiediensten;
b) radio- en televisieomroepdiensten;
c) langs elektronische weg verrichte diensten.
Het eerste lid is evenwel niet van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de dienstverrichter is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, heeft zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in slechts één lidstaat;
b) de diensten worden verleend aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn, hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere dan de onder a) bedoelde lidstaat;
c) het totale bedrag, exclusief btw, van de diensten bedoeld onder b) en van de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen naar een andere lidstaat dan degene bedoeld onder a), is in het lopende kalenderjaar niet hoger dan 10 000 euro, en heeft dat bedrag ook niet overschreden in de loop van het voorafgaande kalenderjaar.
Wanneer de in het tweede lid, c), bedoelde drempel in de loop van een kalenderjaar wordt overschreden, is het eerste lid van toepassing vanaf de eerste handeling, in zijn geheel beschouwd, waardoor de drempel wordt overschreden.
De belastingplichtigen die in aanmerking komen voor de toepassing van de bepalingen van het tweede lid, kunnen ervoor opteren dat de plaats van de diensten wordt bepaald overeenkomstig het eerste lid. Deze optie geldt voor een periode van ten minste twee kalenderjaren en heeft eveneens tot gevolg dat de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen.
De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de bepalingen van het derde en het vierde lid, met name de mededeling van de informatie bedoeld in het derde lid en de uitoefeningsmodaliteiten van de optie bedoeld in het vierde lid;
10° de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aldaar zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft:
a) de overdracht en het verlenen van auteursrechten, octrooien, licentierechten, fabrieks- en handelsmerken en soortgelijke rechten;
b) diensten op het gebied van de reclame;
c) diensten verricht door raadgevende personen, ingenieurs, adviesbureaus, advocaten, accountants en andere soortgelijke diensten, alsmede gegevensverwerking en informatieverschaffing;
d) de verplichting om een beroepsactiviteit of een onder a) bedoeld recht geheel of gedeeltelijk niet uit te oefenen;
e) bank-, financiële en verzekeringsverrichtingen met inbegrip van herverzekeringsverrichtingen en met uitzondering van de verhuur van safeloketten;
f) het beschikbaar stellen van personeel;
g) de verhuur van lichamelijke roerende goederen, met uitzondering van alle vervoermiddelen;
h) het bieden van toegang tot een op het grondgebied van de Gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, tot het elektriciteitssysteem of tot warmte- of koudenetten, alsmede het verrichten van transmissie- of distributiediensten via deze systemen of netten en het verrichten van andere daarmee rechtstreeks verbonden diensten;
i) (opgeheven)
j) (opgeheven)
k) (opgeheven)
11° (opgeheven);
12° de plaats waar de hoofdhandeling wordt verricht wanneer het de tussenkomst betreft van een tussenpersoon die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2.
§ 3. Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede concurrentieverstoring te voorkomen, kan de Koning voor de diensten als bedoeld in de paragrafen 1, 2, 7°, 9° en 10° of voor sommige ervan:
1° de plaats van deze diensten, die krachtens dit artikel in België is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;
2° de plaats van deze diensten, die krachtens dit artikel, buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie in België geschieden.
