Artikel 56septies, Wetboek van de Btw
(Actuele tekst, met ingang van 01.01.2025) [historiek]
§ 1. De niet in België maar in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige en die gebruikmaakt van de vrijstellingsregeling van belasting in België, dient, met betrekking tot de leveringen van goederen en/of diensten waarop die regeling van toepassing is:
1° niet te worden geïdentificeerd voor btw-doeleinden overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1° ;
2° geen in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde aangifte in te dienen.
Het eerste lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige de in artikel 284 ter van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde verplichtingen niet nakomt.
§ 2. De in België gevestigde belastingplichtige die gebruikmaakt van de vrijstelling in een andere lidstaat dan België waar hij niet is gevestigd, dient, met betrekking tot de leveringen van goederen en/of diensten waarop de vrijstelling in die lidstaat van toepassing is:
1° niet te worden geïdentificeerd voor btw-doeleinden overeenkomstig de artikelen 213 en 214 van Richtlijn 2006/112/EG;
2° geen in artikel 250 van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde aangifte in te dienen.
Het eerste lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige de in artikel 56quinquies bedoelde verplichtingen niet nakomt
