Artikel 26, Wetboek van de Btw
Artikel 26 (actuele versie)
(De tekst van art. 26, werd vervangen met ingang van 01.01.2019 (Art. 8, W 11.02.2019, B.S. 22.02.2019). Het nieuwe artikel 26 is slechts van toepassing op vouchers die na 31 december 2018 zijn uitgegeven (Art. 15, W 11.02.2019))
§ 1. Voor de leveringen van goederen en de diensten wordt de belasting berekend over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verricht, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden.
Tot de maatstaf van heffing behoren onder meer de sommen die de leverancier van het goed of de dienstverrichter aan degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verricht in rekening brengt als kosten van commissie, verpakking, verzekering en vervoer, ongeacht of zulks al dan niet bij een afzonderlijk debetdocument wordt gedaan of ingevolge een afzonderlijke overeenkomst.
Belastingen, rechten en heffingen moeten eveneens in de maatstaf van heffing worden opgenomen.
§ 2. Onverminderd paragraaf 1 is de maatstaf van heffing voor de met betrekking tot een voucher voor meervoudig gebruik verrichte levering van goederen of dienst gelijk aan de tegenprestatie die betaald is voor de voucher of, bij ontstentenis van informatie over die tegenprestatie, de op de voucher voor meervoudig gebruik zelf of in de bijhorende documentatie vermelde monetaire waarde, verminderd met het bedrag van de belasting over de geleverde goederen of de verrichte diensten.
