Artikel 8bis, Wetboek van de Btw
Artikel 8bis (actuele versie)
(De tekst van art. 8bis, § 2, eerste lid, 2°, werd vervangen met ingang van 01.01.1995 (Art. 1, KB 23.12.1994))
§ 1. Als belastingplichtige wordt tevens aangemerkt eenieder die toevallig onder bezwarende titel een nieuw vervoermiddel levert onder de voorwaarden van artikel 39bis.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel:
1° worden als vervoermiddel beschouwd : voor het personen- of goederenvervoer bestemde, schepen met een lengte van meer dan 7,5 meter, luchtvaartuigen met een totaal opstijggewicht van meer dan 1550 kg en landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48 cc of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt, met uitzondering van schepen bedoeld in artikel 42, § 1, 1°, a en b, en luchtvaartuigen, die niet zijn bestemd om door de Staat te worden gebruikt, bedoeld in artikel 42, § 2, 1°;
2° worden als nieuwe vervoermiddelen aangemerkt de vervoermiddelen bedoeld in 1° wanneer:
- indien het landvoertuigen betreft, hun levering plaatsvindt binnen de zes maanden na de datum van hun eerste ingebruikneming of die niet meer dan 6000 kilometer hebben afgelegd;
- indien het boten betreft, hun levering plaatsvindt binnen de drie maanden na de datum van hun eerste ingebruikneming of die niet meer dan 100 uren hebben gevaren;
- indien het luchtvaartuigen betreft, hun levering plaatsvindt binnen de drie maanden na de datum van hun eerste ingebruikneming of die niet meer dan 40 uren hebben gevlogen.
Door of vanwege de Minister van Financiën wordt vastgesteld onder welke voorwaarden kan worden aangetoond dat het geleverde vervoermiddel een nieuw vervoermiddel is in de zin van dit artikel.
