Artikel 53quinquies, Wetboek van de Btw
Artikel 53quinquies (actuele versie)
(De tekst van art. 53quinquies, derde lid, werd gewijzigd (Art. 10, W 21.03.2024, B.S. 09.04.2024, pg. 40955, Numac: 2024002757) met ingang van 01.01.2025 (Art. 26, W 21.03.2024))
De volgende belastingplichtigen zijn gehouden om jaarlijks aan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde een lijst over te maken waarin voor elk lid van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, en voor iedere belastingplichtige die voor btw-doeleinden moet geïdentificeerd zijn, met uitzondering van degene die uitsluitend handelingen verricht die krachtens artikel 44 van de belasting zijn vrijgesteld, aan wie ze in de loop van het vorige jaar goederen hebben geleverd of diensten hebben verstrekt, het totale bedrag van die handelingen alsmede het totale bedrag van de op die handelingen in rekening gebrachte belasting zijn vermeld:
1° de overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtigen, met uitsluiting van de btw-eenheden in de zin van artikel 4, § 2;
2° de leden van een in artikel 50, § 1, eerste lid, 6°, bedoelde btw-eenheid;
3° de overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtigen;
4° de niet in België gevestigde belastingplichtigen die voor de handelingen die zij hier te lande verrichten zijn vertegenwoordigd door een overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, vooraf erkende persoon;
5° de andere in artikel 50, § 3, bedoelde niet in België gevestigde belastingplichtigen.
De leden van een BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, die overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, zijn bovendien gehouden jaarlijks de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde in kennis te stellen van het totale bedrag van de in de loop van het vorige jaar voor elk van de andere leden van die BTW-eenheid verrichte handelingen.
De belastingplichtige op wie de in de artikelen 56bis tot en met 56undecies bedoelde vrijstellingsregeling van belasting van toepassing is en die geen enkele van de in het eerste lid, inleidende zin, bedoelde handelingen verricht, is niet gehouden de voornoemde administratie hiervan in kennis te stellen.
