Artikel 73sexies, Wetboek van de Btw
Artikel 73sexies (actuele versie)
(De tekst van art. 73sexies, tweede lid, 2°, werd gewijzigd met ingang van 28.04.2024 (Art. 54, W 09.04.2024, B.S. 18.04.2024, pg. 43755, Numac: 2024003317))
De personen die als daders of als medeplichtigen van misdrijven bedoeld in de artikelen 73 en 73bis werden veroordeeld, zijn hoofdelijk gehouden tot betaling van de ontdoken belasting en nalatigheidsinteresten verschuldigd door de oorspronkelijke schuldenaar van de belasting.
De personen beschuldigd als daders of als medeplichtigen van misdrijven bedoeld in de artikelen 73 en 73bis zijn eveneens hoofdelijk gehouden tot betaling van de ontdoken belasting en de nalatigheidsinteresten, zoals bedoeld in het eerste lid, wanneer de bestanddelen van de misdrijven bewezen verklaard zijn, wanneer ze genieten van :
1° een opschorting van de uitspraak van de veroordeling of een uitstel van de tenuitvoerlegging van de straffen voorzien in de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie;
2° een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring voorzien in artikel 27 van de Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering;
3° de procedure van voorafgaande erkenning van schuld bedoeld in artikel 216 van het Wetboek van Strafvordering;
4° de verjaring van de strafvordering.
De natuurlijke personen of de rechtspersonen zijn burgerlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de geldboeten en kosten die het gevolg zijn van de veroordelingen welke krachtens de artikelen 73 tot 73quater tegen hun aangestelden of hun bestuurders, zaakvoerders of vereffenaars, in het kader van de uitoefening van hun functie, in rechte of in feite, zijn uitgesproken.
