Artikel 83bis, Wetboek van de Btw
Art. 83bis, met ingang van 20.02.2026 (Art. 13, W. 10.02.2026, B.S. 20.02.2026, Numac: 2026001291)
De administratie belast met de inning en de invordering van de belasting over de toegevoegde waarde houdt voor elke belastingplichtige gehouden tot indiening van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde periodieke aangiften een Provisierekening btw aan, die een boekhoudkundig instrument uitmaakt waarin volgende bedragen worden ingeschreven:
1° het in artikel 76, § 1, eerste lid, bedoelde overschot waarvan de teruggaaf niet werd gevraagd overeenkomstig de door dit Wetboek vastgelegde modaliteiten of waarvoor de voorwaarden voor teruggaaf geheel of gedeeltelijk niet vervuld zijn, voor zover dat overschot niet het voorwerp uitmaakt van een in artikel 76, § 1, vijfde of zesde lid, bedoelde aanwending of inhouding;
2° elke som die op deze Provisierekening btw werd betaald volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten.
De belastingplichtige kan om teruggaaf verzoeken van de overeenkomstig het eerste lid op de Provisierekening btw ingeschreven bedragen.
De Koning bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten van de teruggaaf van de bedragen die zijn ingeschreven op de in het eerste lid bedoelde Provisierekening btw, de gevallen waarin er een einde wordt gesteld aan de inschrijving van die bedragen, de regels voor de werking van de Provisierekening btw alsook de voorwaarden en modaliteiten volgens dewelke de op de Provisierekening btw ingeschreven bedragen aangewend worden voor de betaling van schulden inzake de belasting over de toegevoegde waarde, bestaande uit belasting, boeten, nalatigheidsinteresten en kosten, waarvan de belastingplichtige in wiens naam de Provisierekening btw wordt aangehouden hoofd- of medeschuldenaar is.
Onverminderd de gevallen waarin er een einde wordt gesteld aan de inschrijving van de bedragen op de Provisierekening btw, vormen de op die Provisierekening ingeschreven bedragen geen te betalen of terug te geven sommen in de zin van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004.
