Artikel 62, Wetboek van de Btw

Artikel 62 (actuele versie)

(De tekst van art. 62, werd vervangen (Art. 4, W 12.03.2023, B.S. 23.03.2023, pg. 33328, Numac: 2023041020) met ingang 01.01.2024 (Art. 21, 1° lid, W 12.03.2023). De datum van inwerkingtreding van de wet van 12.03.2023 werd met een jaar uitgesteld tot 01.01.2025 (Art. 35, KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329))

Onverminderd het recht van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde tot het vragen van mondelinge inlichtingen, is eenieder gehouden, op ieder verzoek van de ambtenaren van de voornoemde administratie, binnen een maand vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van de vraag om inlichtingen, welke termijn wegens gegronde redenen kan worden verlengd, schriftelijk alle inlichtingen te verschaffen die hem gevraagd worden teneinde de juiste heffing van de belasting in zijnen hoofde of in hoofde van derden na te gaan.

De in het eerste lid bedoelde termijn wordt teruggebracht tot tien dagen wanneer:

de rechten van de Schatkist in gevaar zijn;

de vraag deel uitmaakt van de controle van een in artikel 76, § 1 of § 2, bedoeld overschot van belasting.