Artikel 58sexies, Wetboek van de Btw
(Actuele tekst, met ingang van 01.07.2021) [historiek]
§ 1. Indien voor de invoer van goederen andere dan accijnsproducten, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro geen gebruik wordt gemaakt van de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quinquies, kan de persoon die voor rekening van de persoon voor wie de goederen zijn bestemd de goederen bij de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen aanbrengt, gebruikmaken van de bijzondere regeling voor de aangifte en de betaling van de belasting bij invoer bedoeld in deze afdeling met betrekking tot goederen waarvan de verzending of het vervoer in België wordt beëindigd, overeenkomstig de voorwaarden die gelden voor uitstel van betaling van douanerechten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie.
§ 2. Voor de toepassing van deze bijzondere regeling geldt dat:
1° de persoon voor wie de goederen bestemd zijn, schuldenaar is van de belasting verschuldigd bij de invoer;
2° de persoon die de goederen bij de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen aanbrengt, de belasting int bij de persoon voor wie de goederen bestemd zijn, en die belasting voldoet overeenkomstig paragraaf 3.
§ 3. De persoon die de goederen bij de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen aanbrengt, neemt de belasting die verschuldigd is overeenkomstig deze bijzondere regeling op in een maandelijkse aangifte die langs elektronische weg wordt ingediend uiterlijk de veertiende dag van de maand volgend op de maand waarop ze betrekking heeft. In de aangifte wordt het totale bedrag van de belasting vermeld dat in de desbetreffende kalendermaand is geïnd.
De in het eerste lid bedoelde persoon voldoet het totale bedrag van de in die aangifte opgenomen belasting ten laatste op de zestiende dag van de maand volgend op de maand waarop ze betrekking heeft.
§ 4. De personen die van deze bijzondere regeling gebruikmaken, houden van alle onder deze bijzondere regeling vallende handelingen een boekhouding bij onder de vorm van een register met voldoende gegevens om de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde in staat te stellen de juistheid van de aangegeven belasting te beoordelen. Dat register moet op verzoek langs elektronische weg beschikbaar worden gesteld aan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde.
§ 5. De Koning bepaalt de na te leven formaliteiten met betrekking tot de aangifte van de verrichte handelingen, de betaling van de verschuldigde belasting, het bijhouden en de voorlegging van een gepaste boekhouding en de teruggaaf van de voorbelasting.
