Artikel 48, Wetboek van de Btw

Artikel 48

Art. 48, met ingang van 20.02.2026 (Art.7, W. 10.02.2026, B.S. 20.02.2026, Numac: 2026001291)

§ 1. In geval van gedeeltelijke aftrek wordt een voorlopig af te trekken bedrag bepaald. Dat bedrag wordt herzien na het verstrijken van het jaar waarin het recht op aftrek is ontstaan.

§ 2. De aftrek van de belasting geheven van bedrijfsmiddelen en diensten die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan bedrijfsmiddelen worden toegeschreven is onderworpen aan herziening gedurende een tijdvak van vijf jaar. De herziening wordt elk jaar verricht tot beloop van een vijfde van het bedrag van die belasting, wanneer enige wijziging is ingetreden in de factoren die aan de berekening van de aftrek ten grondslag liggen.

Voor de door de Koning bepaalde belasting geheven van onroerende bedrijfsmiddelen en diensten die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan onroerende bedrijfsmiddelen worden toegeschreven, beloopt het herzieningstijdperk evenwel vijftien jaar en heeft de herziening elk jaar plaats tot beloop van een vijftiende van het bedrag van die belasting.

In afwijking van het eerste en het tweede lid, beloopt het herzieningstijdvak vijfentwintig jaar ten aanzien van de door de Koning bepaalde belasting geheven van gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met inbegrip van het bijhorend terrein en van diensten die betrekking hebben op die gebouwen of gedeelten van gebouwen die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan onroerende bedrijfsmiddelen worden toegeschreven, wanneer die gebouwen of gedeelten van gebouwen worden verhuurd onder de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d), en wordt de herziening elk jaar, al naargelang het geval, verricht tot beloop van een vijfde of een vijfentwintigste van het bedrag van die belasting.