Artikel 16, Wetboek van de Btw

Artikel 16

(De tekst van art. 16, werd vervangen met ingang van 01.01.1993 (Art.16, W 28.12.1992))

§ 1.De levering vindt plaats op het tijdstip waarop het goed ter beschikking van de verkrijger of de overnemer wordt gesteld.

Wanneer het goed in verband met de afgifte door of voor rekening van de leverancier wordt verzonden of vervoerd, vindt de levering plaats op het tijdstip van de aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer of de overnemer, tenzij het goed door of voor rekening van de leverancier wordt geïnstalleerd of gemonteerd, in welk geval de levering plaatsvindt op het tijdstip waarop de installatie of de montage wordt beëindigd.

De levering wordt evenwel geacht plaats te vinden :

in geval van doorlopende leveringen van goederen die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen, bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening of betaling betrekking heeft;

ter zake van de vervreemding van gebouwen, uiterlijk bij het verstrijken van de in artikel 44, § 3, 1°, bepaalde termijn.

§ 2.Wanneer het goed ter beschikking van de verkrijger of de overnemer is vóór het sluiten van het contract of wanneer de verkoper of overdrager het bezit van het goed behoudt na het sluiten van het contract, wordt de levering geacht plaats te vinden op het tijdstip waarop het contract uitwerking heeft.

Ten aanzien van in consignatie gegeven goederen vindt de levering aan de consignataris plaats op het tijdstip waarop deze er eigenaar van wordt. Wanneer de consignataris verkoopcommissionair is, wordt de levering aan hem geacht plaats te vinden naarmate hij de door zijn toedoen verkochte goederen levert.

§ 3.Behoudens tegenbewijs wordt de levering van een goed geacht plaats te vinden op het tijdstip waarop het goed niet meer aanwezig is in het magazijn, de werkplaats, het depot of enige andere inrichting waarover de leverancier in België beschikt.