Artikel 21bis, Wetboek van de Btw

Artikel 21bis

(De tekst van art. 21bis, § 2, 10°, h), werd vervangen met ingang van 01.01.2011 (Art. 8, W 29.12.2010, B.S. 31.12.2010 – Ed. 4))

§ 1. De plaats van diensten, verricht voor een niet-belastingplichtige, is de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht vanuit een vaste inrichting van de dienstverrichter, op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de dienstverrichter.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt als plaats van de dienst aangemerkt:

de plaats waar het onroerend goed is gelegen, wanneer het gaat om een dienst die verband houdt met een uit zijn aard onroerend goed. Zijn inzonderheid bedoeld het werk in onroerende staat, de diensten bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 8° tot 10° of 15°, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerend goed, de diensten van experts en makelaars in onroerende goederen of de diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden, te coördineren of er toezicht op te houden;

de plaats waar het vervoer wordt verricht, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het personenvervoerdiensten betreft;

de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het andere goederenvervoerdiensten betreft dan het intracommunautair vervoer van goederen;

de plaats van het vertrek van het goederenvervoer wanneer het intracommunautair goederenvervoer betreft;

de plaats waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt:

a) wanneer de dienst bestaat in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangverlening samenhangende diensten;

b) wanneer de dienst verband houdt met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen, met inbegrip van de diensten van de organisatoren van dergelijke activiteiten en alsmede van de daarmee samenhangende diensten;

de plaats waar de dienst materieel wordt verricht:

a) in verband met restaurant- en cateringdiensten met uitzondering van die welke materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van een passagiersvervoer;

b) in verband met een dienst die met vervoer samenhangt, zoals het laden, lossen, behandelen en soortgelijke activiteiten;

c) in verband met expertises en werkzaamheden met betrekking tot lichamelijke roerende goederen;

de plaats waar het vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking van de ontvanger wordt gesteld indien het een verhuur op korte termijn van een vervoermiddel betreft.

Onder ″verhuur op korte termijn″ wordt verstaan het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste dertig dagen en voor schepen ten hoogste negentig dagen;

de plaats van vertrek van het passagiersvervoer wanneer het restaurant- en cateringdiensten betreft die materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van het vervoer;

de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer het een langs elektronische weg verrichte dienst betreft voor een in België gevestigde ontvanger, verricht door een belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit buiten de Gemeenschap heeft gevestigd of daar over een vaste inrichting beschikt van waaruit de dienst wordt verricht of bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats buiten de Gemeenschap heeft;

10° de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aldaar zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft:

a) de overdracht en het verlenen van auteursrechten, octrooien, licentierechten, fabrieks- en handelsmerken en soortgelijke rechten;

b) diensten op het gebied van de reclame;

c) diensten verricht door raadgevende personen, ingenieurs, adviesbureaus, advocaten, accountants en andere soortgelijke diensten, alsmede gegevensverwerking en informatieverschaffing;

d) de verplichting om een beroepsactiviteit of een onder a) bedoeld recht geheel of gedeeltelijk niet uit te oefenen;

e) bank-, financiële en verzekeringsverrichtingen met inbegrip van herverzekeringsverrichtingen en met uitzondering van de verhuur van safeloketten;

f) het beschikbaar stellen van personeel;

g) de verhuur van lichamelijke roerende goederen, met uitzondering van alle vervoermiddelen;

h) het bieden van toegang tot een op het grondgebied van de Gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, tot het elektriciteitssysteem of tot warmte- of koudenetten, alsmede het verrichten van transmissie- of distributiediensten via deze systemen of netten en het verrichten van andere daarmee rechtstreeks verbonden diensten;

i) telecommunicatiediensten;

j) radio- en televisieomroepdiensten;

k) langs elektronische weg verrichte diensten;

11° in België, indien het gaat om telecommunicatie-, radio- en televisieomroepdiensten die feitelijk hier te lande worden gebruikt of geëxploiteerd en verricht door een belastingplichtige dienstverrichter gevestigd buiten de Gemeenschap voor een ontvanger die in België is gevestigd of er zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft;

12° de plaats waar de hoofdhandeling wordt verricht wanneer het de tussenkomst betreft van een tussenpersoon die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2.

§ 3. Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede concurrentieverstoring te voorkomen, kan de Koning voor de diensten als bedoeld in de paragrafen 1, 2, 7° en 10°, a) tot j) of voor sommige ervan:

de plaats van deze diensten, die krachtens dit artikel in België is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;

de plaats van deze diensten, die krachtens dit artikel, buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie in België geschieden.