Artikel 29, Wetboek van de Btw

Artikel 29

(De tekst van art. 29, § 2, werd vervangen met ingang van 01.01.2000 (Art.5, KB 28.12.1999, B.S. 31.12.1999 en bekrachtigd bij W 05.08.2003))

§ 1. In de relatie tussen de leverancier van goederen of de dienstverrichter en zijn commissionair behoort het aan deze laatste toegekende commissieloon niet tot de maatstaf van heffing.

In de relatie tussen de verkrijger van goederen of de afnemer van diensten en zijn commissionair wordt het commissieloon, voor de berekening van de belasting, aan de prijs toegevoegd.

§ 2. De maatstaf van heffing van de dienst bedoeld in artikel 18, § 2, tweede lid, die een reisbureau in de zin van artikel 1, § 7, eerste lid, 2°, verleent aan de reiziger, wordt bepaald door de marge die de betrokkene terzake verwezenlijkt, dit wil zeggen door het verschil tussen het totaalbedrag te betalen door de reiziger, met uitsluiting van de belasting over de toegevoegde waarde en de werkelijke kosten, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen, die het reisbureau draagt voor de goederen en de diensten die hem worden geleverd met het oog op zijn prestatie, in de mate waarin deze goederen en diensten rechtstreeks de reiziger ten goede komen.