Artikel 58bis, Wetboek van de Btw

Artikel 58bis

(De tekst van art. 58bis, werd ingevoegd met ingang van 01.07.2003 (Art. 7, W 22.04.2003, B.S. 13.05.2003))

§ 1. Wat de elektronische diensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, betreft, verstrekt aan ontvangers gevestigd in de Gemeenschap die niet handelen in de hoedanigheid van de belastingplichtige voor de doeleinden van een economische activiteit, kan de niet in de Gemeenschap gevestigde verrichter van die diensten die er nog niet moet worden geïdentificeerd, gebruik maken van een bijzondere regeling. Wanneer hij kiest voor die bijzondere regeling doet hij langs elektronische weg aan de lidstaat die hij voor identificatie heeft gekozen opgave van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige.

§ 2. De bijzondere regeling van toepassing op de in § 1 bedoelde dienstverrichter die heeft gekozen om zich in België te identificeren, houdt de naleving van de volgende verplichtingen in :

het verschaffen langs elektronische weg van de volgende inlichtingen : naam, postadres, elektronische adressen, daaronder begrepen de internetsites en, in voorkomend geval, het nationaal fiscaal nummer. Hij verklaart eveneens dat hem nog geen enkel BTW-identificatienummer werd toegekend;

het meedelen van elke wijziging met betrekking tot de onder 1° bedoelde inlichtingen;

langs elektronische weg opgave doen van de beëindiging van zijn activiteit als belastingplichtige alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer voor de bijzondere regeling in aanmerking komt;

het indienen langs elektronische weg binnen de twintig dagen volgend op het verstrijken van elk kalenderkwartaal, van een aangifte met vermelding voor elke lid-Staat van de Gemeenschap van het bedrag exclusief belasting over de toegevoegde waarde van de verrichte elektronische diensten, van het toepasselijk tarief, van het bedrag van de opeisbare belasting alsook van het totale bedrag van de in de Gemeenschap verschuldigde belasting en van de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om de controle op de toepassing van de belasting te verzekeren, ongeacht of de elektronische diensten al dan niet werden verricht;

het voldoen binnen de termijn van indiening van de in 4° bedoelde aangifte van het totale bedrag van de belasting die in de Gemeenschap is verschuldigd;

het houden van een register van de handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is. Dit register dient gedurende tien jaar te worden bewaard vanaf 31 december van het jaar tijdens hetwelk de in artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, bedoelde dienst wordt verleend. Dit register dient langs elektronische weg ter inzage te worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van een andere lidstaat wanneer de langs elektronische weg verrichte diensten er geacht wordt plaats te vinden.

§ 3. De in § 2 bedoelde dienstverrichter mag op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten niet in aftrek brengen. Niettemin kan hij de teruggaaf genieten bedoeld in artikel 76, § 2.

§ 4. Het BTW-identificatienummer dat aan de in § 2 bedoelde dienstverrichter wordt toegekend, wordt langs elektronische weg medegedeeld. Dit nummer wordt ambtshalve doorgehaald wanneer die dienstverrichter zijn activiteit beëindigt of wanneer hij niet langer voldoet aan de voorwaarden om gebruik te maken van de in dit artikel bedoelde bijzondere regeling of wanneer hij bij voortduring niet aan de voorschriften van die bijzondere regeling voldoet.

§ 5. De in § 2 bedoelde dienstverrichter is gehouden de in § 2, 1° tot 3°, bedoelde inlichtingen onverwijld mee te delen aan het elektronisch adres dat te dien einde gecreëerd werd door of vanwege de Minister van Financiën.

§ 6. De Koning bepaalt de andere regelen en toepassingsmodaliteiten van de door dit artikel ingestelde bijzondere regeling.