Artikel 58quater, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 58quater, werd vervangen met ingang van 01.07.2021 (Art. 22, W 02.04.2021, B.S. 13.04.2021, pg. 32957, Numac: 2021041096))
§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
1° "niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting in de Gemeenschap heeft gevestigd, maar die in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft;
2° "lidstaat van identificatie":
a) wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening of één enkele vaste inrichting in de Gemeenschap heeft gevestigd: de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft;
b) wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft: de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden;
c) wanneer een belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening noch een vaste inrichting in de Gemeenschap heeft gevestigd en er slechts één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt: de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt;
d) wanneer een belastingplichtige noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening noch een vaste inrichting in de Gemeenschap heeft gevestigd en er meer dan één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt: de lidstaat waar de verzending of het vervoer van goederen aanvangt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden;
3° "lidstaat van verbruik":
a) in het geval van de verrichting van een dienst: de lidstaat waar de dienst overeenkomstig artikel 21bis geacht wordt plaats te vinden;
b) in het geval van een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen: de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer;
c) in het geval van de levering van goederen door een belastingplichtige die deze levering faciliteert overeenkomstig artikel 13bis, § 2, indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt: deze lidstaat.
§ 2. Kunnen van deze bijzondere regeling gebruikmaken:
1° een belastingplichtige die intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht;
2° een belastingplichtige die de levering van goederen faciliteert overeenkomstig artikel 13bis, § 2, indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;
3° een niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige die diensten verricht voor een niet-belastingplichtige.
Deze bijzondere regeling is van toepassing op alle aldus door de betrokken belastingplichtige in de Gemeenschap geleverde goederen en verrichte diensten.
§ 3. De in paragraaf 2 bedoelde belastingplichtige die gebruikmaakt van deze bijzondere regeling met België als lidstaat van identificatie, doet opgave van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd.
§ 4. Voor de belastbare handelingen die hij verricht in het kader van deze bijzondere regeling, maakt de in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige gebruik van zijn btw-identificatienummer dat aan hem werd toegekend overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1° of 3°.
§ 5. De in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige doet opgave op het elektronische adres bedoeld in paragraaf 3 van het tijdstip van de beëindiging van zijn activiteit onder deze bijzondere regeling, alsook van elke wijziging ervan waardoor hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken.
De in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige wordt uitgesloten van deze bijzondere regeling indien:
1° hij meldt dat hij niet langer leveringen van goederen noch diensten verricht die onder deze bijzondere regeling vallen;
2° anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare handelingen beëindigd zijn;
3° hij niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken;
4° hij bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling.
§ 6. De in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige dient langs elektronische weg een aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet leveringen van goederen en diensten zijn verricht die onder deze bijzondere regeling vallen. De belastingplichtige dient die aangifte, opgesteld in euro, in uiterlijk vóór het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop ze betrekking heeft.
De aangifte bevat het btw-identificatienummer en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige btw, uitgesplitst naar belastingtarieven, en de totale verschuldigde btw over de volgende gedurende het belastingtijdvak verrichte leveringen van goederen en diensten die onder deze bijzondere regeling vallen:
1° de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen;
2° de leveringen van goederen bedoeld in artikel 13bis, § 2, wanneer de verzending of het vervoer van die goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;
3° de diensten verricht voor niet-belastingplichtigen, met uitzondering van die diensten die plaatsvinden in een lidstaat waar de dienstverrichter is gevestigd.
Wanneer de goederen door de in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige worden verzonden of vervoerd vanuit andere lidstaten dan België, bevat de aangifte ook het totale bedrag exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige btw, uitgesplitst naar belastingtarieven, en de totale verschuldigde belasting over de volgende leveringen die onder deze bijzondere regeling vallen, voor elke lidstaat waaruit die goederen zijn verzonden of vervoerd:
1° de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen andere dan die verricht door een belastingplichtige overeenkomstig artikel 13bis, § 2;
2° de leveringen van goederen bedoeld in het tweede lid, 2°, en de intracommunautaire afstandsverkopen, verricht door een belastingplichtige overeenkomstig artikel 13bis, § 2.
Met betrekking tot de in het tweede lid, 1°, bedoelde leveringen bevat de aangifte ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer dat door elk van die lidstaten waaruit zulke goederen worden verzonden of vervoerd is toegekend.
Met betrekking tot de in het tweede lid, 2°, bedoelde leveringen bevat de aangifte ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer dat door elk van die lidstaten waaruit zulke goederen worden verzonden of vervoerd is toegekend, indien beschikbaar.
De aangifte bevat de in deze paragraaf bedoelde informatie, uitgesplitst naar lidstaat van verbruik.
Wanneer de belastingplichtige die onder deze bijzondere regeling vallende diensten verricht één of meer andere vaste inrichtingen heeft dan die in de lidstaat van identificatie, van waaruit de diensten worden verricht, bevat de btw-aangifte eveneens, per lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik, het totale bedrag exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige btw, uitgesplitst naar belastingtarieven, en de totale verschuldigde belasting over die diensten, alsmede het individuele btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van de inrichting.
Wanneer een reeds ingediende aangifte naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen in een volgende aangifte opgenomen uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend overeenkomstig het eerste lid. In die volgende aangifte worden de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn vermeld.
De in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige voldoet de btw onder verwijzing naar de betreffende aangifte, uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend.
§ 7. De in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige voert van alle onder deze bijzondere regeling vallende handelingen een boekhouding onder de vorm van een register. Dat register omvat voldoende gegevens om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.
De gegevens opgenomen in de in het eerste lid bedoelde boekhouding moeten langs elektronische weg beschikbaar worden gesteld op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van de lidstaat van verbruik.
Deze gegevens moeten worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.
§ 8. De in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige die van deze regeling gebruik maakt, mag de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met onder deze regeling vallende handelingen niet in aftrek brengen in de in paragraaf 6 bedoelde aangifte. Hij mag die belasting evenwel recupereren bij wijze van teruggaaf overeenkomstig artikel 76, § 2.
Wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt in België ook handelingen verricht die niet onder deze bijzondere regeling vallen en waarvoor hij overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, a), moet geïdentificeerd zijn en gehouden is tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, mag hij de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met de handelingen die onder deze bijzondere regeling vallen in aftrek brengen in de aangifte die hij indient overeenkomstig artikel 53, § 1, eerste lid, 2°.
De niet in België gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt maar die België niet kiest als lidstaat van identificatie en die niet overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, a), in België moet geïdentificeerd zijn voor handelingen die niet onder deze bijzondere regeling vallen, mag de Belgische belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met zijn onder deze regeling vallende diensten bij wijze van teruggaaf recupereren overeenkomstig artikel 76, § 2.
§ 9. De Koning bepaalt de na te leven formaliteiten met betrekking tot de aangifte van de verrichte handelingen, de betaling van de verschuldigde belasting, het bijhouden van een gepaste boekhouding en de teruggaaf van de voorbelasting.
