Artikel 61, Wetboek van de Btw

Artikel 61 (actuele versie)

(In de tekst van art. 61, § 1, werd tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd met ingang van 10.07.2021 (Art. 106, W 27.06.2021, B.S. 30.06.2021, Ed. 3, pg. 66736, Numac: 2021021157))

§ 1. Eenieder is gehouden de boeken, facturen, kopieën van facturen en andere stukken of hun kopieën, die hij overeenkomstig artikel 60 moet bewaren, op ieder verzoek van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, zonder verplaatsing en zonder onnodig uitstel, voor te leggen teneinde de juiste heffing van de belasting in zijnen hoofde of in hoofde van derden te kunnen nagaan.

De voorlegging van de boeken, facturen en andere stukken overeenkomstig het eerste lid, gebeurt, wat de btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, betreft, door de vertegenwoordiger aangeduid door de andere leden om in hun naam en voor hun rekening de rechten en de verplichtingen van die btw-eenheid uit te oefenen. De administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, kan echter eisen dat het lid van de btw-eenheid zelf de in het eerste lid bedoelde voorlegging van de boeken, facturen en andere stukken die hem aanbelangen verricht.

Wanneer een belastingplichtige de door hem verzonden of ontvangen facturen en kopieën van facturen in een elektronisch formaat bewaart, waarbij een onlinetoegang tot de zoals in artikel 60 bedoelde gegevens wordt gewaarborgd, heeft de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde het recht deze facturen en kopieën van facturen ter controle in te zien, te downloaden en te gebruiken, indien deze belastingplichtige in België is gevestigd of indien de belasting in België is verschuldigd. De bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat beschikken over eenzelfde bevoegdheid indien de belasting verschuldigd is in hun lidstaat.

Wanneer de boeken, facturen en andere stukken in een elektronisch formaat worden bewaard, heeft deze administratie het recht zich de op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm te doen voorleggen. Deze administratie kan eveneens de in het eerste lid bedoelde persoon verzoeken om in hun bijzijn en op zijn uitrusting kopieën te maken onder de door hen gewenste vorm van het geheel of een deel van de voormelde gegevens, evenals om de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om de juiste heffing van de belasting na te gaan.

Onverminderd het recht van de belastingplichtige om mondelinge inlichtingen te vragen of te geven, heeft de voorlegging van de boeken, facturen, kopieën van facturen en andere stukken of hun kopieën bedoeld in het eerste lid, voor de natuurlijke personen en rechtspersonen bedoeld in het vierde lid, eveneens betrekking op de terbeschikkingstelling van die boeken, facturen en andere stukken via een beveiligd elektronisch platform van de FOD Financiën.

Wanneer zulks voor de controle nodig is, kan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde voor de facturen opgesteld in een andere taal dan één van de nationale talen, voor bepaalde belastingplichtigen of in bepaalde gevallen, een vertaling eisen in één van deze nationale talen van de facturen betreffende de leveringen van goederen en diensten die overeenkomstig de artikelen 14, 14bis, 15, 21 en 21bis in België plaatsvinden, alsmede van de facturen die worden ontvangen door de in België gevestigde belastingplichtigen.

De belastingplichtige bedoeld in artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, die geen aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen, evenals de niet in België gevestigde belastingplichtige bedoeld in artikel 50, § 3, moeten aan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde een adres in België kenbaar maken waar de boeken, facturen, kopieën van facturen en andere stukken bedoeld in het eerste lid zullen worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van die administratie.

Deze paragraaf is niet van toepassing op de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie en op het Economisch en Sociaal Instituut voor de Middenstand ten aanzien van de individuele inlichtingen die zij in hun bezit hebben.

§ 2. De administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde heeft het recht om de boeken, facturen, kopieën van facturen en andere stukken of hun kopieën, die overeenkomstig artikel 60 moeten worden bewaard, te behouden, telkens wanneer zij meent dat de boeken, stukken of kopieën de verschuldigdheid van een belasting of een geldboete in hoofde van de betrokkene of van derden aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen.

Dat recht bestaat niet ten aanzien van de boeken die niet zijn afgesloten. Wanneer die boeken in een elektronisch formaat worden bewaard, heeft de voornoemde administratie het recht zich kopieën van die boeken te doen overhandigen onder de door haar gewenste vorm.

De in het eerste lid bedoelde retentie maakt het voorwerp uit van een proces-verbaal van retentie dat bewijs oplevert zolang het tegendeel niet is bewezen. Een afschrift van dit proces-verbaal wordt binnen de vijf werkdagen volgend op de retentie aan de in het eerste lid bedoelde persoon uitgereikt.

§ 3. De in dit artikel vermelde verplichtingen gelden eveneens wanneer de gegevens waar de administratie om verzoekt, zich digitaal in België of in het buitenland bevinden.