Artikel 63, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 63, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1990 (Art. 122, W 22.12.1989))
Belastingplichtigen en andere personen die een beroepswerkzaamheid uitoefenen moeten, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang verlenen tot hun beroepslokaliteiten aan ambtenaren en beambten, in het bezit van hun aanstellingsbewijs, die bevoegd zijn voor de controle op de juiste toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, dit met de bedoeling de boeken en stukken die zich aldaar bevinden te onderzoeken, de aard en de belangrijkheid van de aldaar uitgeoefende werkzaamheid en van het daarvoor aangestelde personeel vast te stellen, alsook het bestaan, de aard en de hoeveelheid van de aldaar aanwezige goederen, met inbegrip van de produktie en vervoermiddelen, te onderzoeken. Als beroepslokaliteiten moeten inzonderheid worden beschouwd de fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen, bergplaatsen en garages alsmede de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen.
Met hetzelfde doel mogen die ambtenaren eveneens op elk tijdstip, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnentreden in alle gebouwen, werkplaatsen, inrichtingen, lokalen of andere plaatsen die niet in het vorige lid bedoeld zijn en waar werkzaamheden als bedoeld bij dit Wetboek verricht of vermoedelijk verricht worden. Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben zij evenwel alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds en met machtiging van de politierechter.
