Artikel 80, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 80, derde lid, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1993 (Art. 90, W 28.12.1992))
De Koning bepaalt de formaliteiten en voorwaarden waaraan de teruggaaf onderworpen is, de wijze waarop ze geschiedt en de ambtenaar die ze verricht.
Hij stelt de minima vast die bereikt moeten zijn opdat op het verzoek om teruggaaf kan worden ingegaan. Wanneer het gaat om teruggaven aan iedere andere persoon dan een belastingplichtige gehouden tot het indienen van periodieke aangiften, stelt Hij deze minima vast overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van de Achtste Richtlijn, nr. 79/1072, van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 december 1979.
Hij kan bepalen dat geen teruggaaf plaatsvindt als de medecontractant van de leverancier of van de dienstverrichter, als degene die een intracommunautaire verwerving van een goed heeft verricht of als degene op wiens naam de wegens invoer verschuldigde belasting werd voldaan, een belastingplichtige is die periodieke aangiften indient en de belasting volledig in aftrek mag brengen.
