Artikel 84quinquies, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 84quinquies, § 3, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2019 (Art. 6, W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018, pg. 93842). Art. 19, W 26.11.2018: “Deze wet is niet van toepassing op het dwangbevel dat ter kennis werd gegeven of betekend werd vóór de datum van haar inwerkingtreding.”) (2)
§ 1. Op verzoek van elke belastingschuldige, natuurlijke persoon, die niet meer de hoedanigheid van belastingplichtige van de belasting over de toegevoegde waarde heeft, of van zijn echtgenoot op wiens goederen de belasting over de toegevoegde waarde wordt ingevorderd kan de adviseur-generaal van de administratie belast met de inning en de invordering onbeperkt uitstel van de invordering verlenen van de door de belastingschuldige verschuldigde belastingschuld, bestaande uit de belasting, de intresten, de belastingboeten.
De adviseur-generaal van de administratie belast met de inning en de invordering stelt de voorwaarden waaronder hij, geheel of gedeeltelijk, onbeperkt uitstel van de invordering verleent van een of meerdere belastingschulden. Hij verbindt zijn beslissing aan de voorwaarde dat de verzoeker onmiddellijk of gespreid een betaling doet van een som die bestemd is om te worden aangewend op de verschuldigde belastingen en waarvan het bedrag door hem wordt bepaald.
Het onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingschuld zal slechts uitwerking hebben na de betaling van de in het tweede lid vermelde som.
§ 2. Het verzoek tot onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingschuld is enkel ontvankelijk voor zover :
1° de verzoeker, die niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, zich in een toestand bevindt waarin hij niet in staat is om, op duurzame wijze, zijn opeisbare schulden te betalen;
2° de belastingplichtige geen beslissing tot onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingschuld heeft verkregen binnen de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
§ 3. Het onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingschuld kan eveneens ambtshalve worden verleend aan de belastingschuldige, onder de voorwaarden bedoeld in de §§ 1 en 2, op voorstel van de ontvanger.
§ 4. De adviseur-generaal van de administratie belast met de inning en de invordering van de belasting over de toegevoegde waarde kan geen onbeperkt uitstel verlenen van de invordering van de belastingschuld die het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk geschil, noch van de belastingen of de belastingboeten gevestigd ten gevolge van de vaststelling van een fiscale fraude of ingeval van samenloop van schuldeisers.
(2) Deze versie is niet van toepassing op het dwangbevel dat ter kennis werd gegeven of betekend werd vóór 01.04.2019 (Art. 19, W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018, pg. 93842)
