Artikel 84ter, Wetboek van de Btw
Artikel 84ter (geen uitwerking)
(De tekst van art. 84ter, enig lid wordt het eerste lid en wordt gewijzigd en een tweede lid wordt ingevoegd, met ingang van 01.01.2025 (Art. 62, W 26.01.2021, B.S., 10.02.2021, pg. 12719, Numac: 2021040269). De Koning kan een vroegere inwerkingtreding vastleggen (art. 219, 2° lid).
Deze wijziging werd vervangen (bij Art. 21, W 23.11.2023, B.S. 01.12.2023, pg. 111953, Numac: 2023047474) met ingang van 01.01.2023))
Indien zij voornemens is de verjaringstermijn bepaald in artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4°, toe te passen, moet de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, op straffe van nietigheid van de rechtzetting, voorafgaandelijk aan de betrokkene bij aangetekende zending, door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, schriftelijk en nauwkeurig kennis geven van de vermoedens van belastingontduiking die tegen hem bestaan in de betreffende periode.
Wanneer de betrokken persoon overeenkomstig artikel 69ter, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren en wanneer overeenkomstig artikel 69ter, § 3, de identificatie van de betrokken persoon bij dit beveiligd platform niet mogelijk is, gebeurt de kennisgeving bij aangetekende zending onder gesloten omslag.
