Artikel 8, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 8, werd ingevoegd met ingang van 01.01.1971 (W 03.07.1969))
§ 1.Belastingplichtige is hij wiens geregelde werkzaamheid erin bestaat gebouwen op te richten of te laten oprichten om ze vóór, tijdens of na de oprichting, onder bezwarende titel geheel of ten dele te vervreemden.
Ieder door of voor die belastingplichtige opgericht gebouw wordt geacht te zijn opgericht om onder bezwarende titel te worden vervreemd.
§ 2.Hij die, anders dan in de uitoefening van een geregelde werkzaamheid, een gebouw opricht of laat oprichten en het vóór, tijdens of na de oprichting, doch uiterlijk op 31 december van het jaar na dat waarvoor het voor het eerst is opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing, onder bezwarende titel geheel of ten dele vervreemdt, heeft ten aanzien van die vervreemding de hoedanigheid van belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling de vervreemding te doen met betaling van de belasting.
§ 3.Hij die een gebouw met voldoening van de belasting heeft verkregen en dat gebouw, vóór het verstrijken van de in § 2 bepaalde termijn, onder bezwarende titel geheel of ten dele vervreemdt, heeft ten aanzien van die vervreemding de hoedanigheid van belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling de vervreemding te doen met betaling van de belasting.
