Artikel 92, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 92, werd ingevoegd met ingang van 01.01.1971 (W 03.07.1969))
Belastingschuldigen die tegen het dwangbevel verzet doen, kunnen op de vervolging ingesteld door de administratie die bevoegd is voor de belasting over de toegevoegde waarde en vóór het vonnis dat het geschil beslecht, volgens de rechtspleging in kortgeding veroordeeld worden om, binnen een door de rechter te bepalen termijn, voor de bij het dwangbevel gevorderde sommen of voor een gedeelte ervan een provisionele storting te verrichten of een borgtocht te verlenen. De beschikking van de rechter is uitvoerbaar niettegenstaande beroep. De belastingschuldige kan worden gemachtigd die zekerheden te vervangen door een door de administratie erkende persoonlijke borg.
Wanneer het verzet tegen het dwangbevel is afgewezen, kan tegen de rechterlijke beslissing niet op geldige wijze enig rechtsmiddel worden aangewend indien het bedrag van de verschuldigde sommen niet in consignatie is gegeven binnen twee maanden na het verzoek dat de bevoegde ambtenaar bij aangetekende brief tot de belastingschuldige richt.
