Artikel 34, Wetboek van de Btw

Artikel 34 (actuele versie)

(De tekst van art. 34, § 4, werd opgeheven en de vroegere § 5 wordt § 4 waarvan de tekst tevens werd vervangen met ingang van 01.01.2013 (Art. 23, W 17.12.2012 (I), B.S. 21.12.2012 – Ed. 2))

§ 1. Voor de ingevoerde goederen is de maatstaf van heffing de waarde berekend volgens de geldende communautaire regels tot vaststelling van de douanewaarde, ook al heeft de invoer betrekking op goederen die om welke reden ook niet aan invoerrechten onderworpen zijn.

§ 2. In de maatstaf van heffing zoals bepaald in § 1 moeten worden opgenomen, voor zover zij niet reeds daarin zijn begrepen :

de in het buitenland verschuldigde rechten, heffingen en andere belastingen, alsmede die welke ter zake van de invoer verschuldigd zijn, met uitzondering van de te heffen belasting over de toegevoegde waarde;

de bijkomende kosten, zoals van commissie, douaneformaliteiten, verpakking, vervoer en verzekering, tot op de eerste plaats van bestemming van de goederen in België;

In de maatstaf van heffing moeten eveneens de in 2° bedoelde bijkomende kosten worden opgenomen wanneer zij voortvloeien uit het vervoer naar een andere plaats van bestemming in de Gemeenschap, indien deze plaats bekend is op het tijdstip waarop het belastbaar feit plaatsvindt.

§ 3. In de maatstaf van heffing worden daarentegen niet opgenomen :

de sommen die als disconto van de prijs mogen worden afgetrokken;

de prijsverminderingen die aan de koper of de afnemer worden toegekend en die zijn verkregen op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt;

de interesten wegens te late betaling.

§ 4. De Koning omschrijft het begrip eerste plaats van bestemming bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°.