Artikel 12bis, Wetboek van de Btw

Artikel 12bis

(De tekst van art. 12bis, tweede lid, 4°, werd opgeheven met ingang van 01.01.1996 (Art. 3, KB 22.12.1995))

De overbrenging door een belastingplichtige van een goed van zijn bedrijf naar een andere Lid-Staat wordt met een levering van goederen onder bezwarende titel gelijkgesteld.

Als overgebracht naar een andere Lid-Staat wordt beschouwd elk lichamelijk goed dat door of voor rekening van de belastingplichtige buiten België maar binnen de Gemeenschap wordt verzonden of vervoerd voor bedrijfsdoeleinden, voor zover het daarbij niet om een van de volgende handelingen gaat:

de levering van dat goed door de belastingplichtige binnen de Lid-Staat waar de installatie of de montage onder de voorwaarden van artikel 15, § 2, 2°, plaatsvindt of binnen de Lid-Staat van aankomst van de verzending of het vervoer onder de voorwaarden van artikel 15, §§ 4 en 5;

de levering van dat goed door de belastingplichtige onder de voorwaarden van artikel 15, § 2, 3°;

de levering van dat goed door de belastingplichtige in het binnenland onder de voorwaarden van de artikelen 39, § 1, 39bis en 42, §§ 1, 2 en 3;

(opgeheven);

de verrichting van een dienst voor de belastingplichtige in verband met werkzaamheden betreffende dat goed, die daadwerkelijk worden uitgevoerd in de Lid-Staat van aankomst van de verzending of het vervoer van het goed, voor zover de goederen na bewerking opnieuw worden verzonden naar deze belastingplichtige in België waarvandaan zij oorspronkelijk waren verzonden of vervoerd;

het tijdelijk gebruik van dat goed op het grondgebied van de Lid-Staat van aankomst van de verzending of het vervoer van het goed, ten behoeve van een dienstverrichting door de in België gevestigde belastingplichtige;

het tijdelijk gebruik van dat goed voor een periode van ten hoogste 24 maanden op het grondgebied van een andere Lid-Staat waar de invoer van hetzelfde goed uit een derde land met het oog op tijdelijk gebruik in aanmerking zou komen voor de regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten.

Wanneer één van de voorwaarden voor de toepassing van de bepalingen van het 2de lid hierboven niet meer wordt vervuld, wordt het goed evenwel beschouwd als overgebracht naar een andere Lid-Staat. In dat geval vindt de overbrenging plaats op het tijdstip waarop de voorwaarde niet meer wordt vervuld.