Artikel 15, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 15, werd gewijzigd met ingang van 01.12.1980 (Art. 6, W 27.12.1977 en art. 3, W 24.12.1980)
§ 1. De levering vindt plaats op het tijdstip waarop het goed ter beschikking van de verkrijger of de overnemer wordt gesteld.
De levering wordt evenwel geacht plaats te vinden :
1° wanneer het goed in verband met de terbeschikkingstelling wordt vervoerd, op het tijdstip van aanvang van het vervoer, tenzij het goed door of voor rekening van de leverancier wordt geïnstalleerd of gemonteerd, in welk geval de levering plaatsvindt op het tijdstip waarop de installatie of de montage wordt beëindigd ;
2° in geval van doorlopende leveringen van goederen die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen, bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening of betaling betrekking heeft ;
3° ter zake van de vervreemding van gebouwen, uiterlijk bij het verstrijken, naargelang van het geval, van de in 1 of 2 van artikel 9, § 3, eerste lid, bepaalde termijn.
§ 2. Wanneer het goed ter beschikking van de verkrijger of overnemer is vóór het sluiten van het contract of wanneer de verkoper of overdrager het bezit van het goed behoudt na het sluiten van het contract, wordt de levering geacht plaats te vinden op het tijdstip waarop het contract uitwerking heeft.
Ten aanzien van in consignatie gegeven goederen vindt de levering aan de consignataris plaats op het tijdstip waarop deze er eigenaar van wordt. Wanneer de consignataris verkoopcommissionair is, wordt de levering aan hem geacht plaats te vinden naarmate hij de door zijn toedoen verkochte goederen levert.
