Artikel 15, Wetboek van de Btw

Artikel 15

(De tekst van art. 15, § 2, tweede en derde lid, werd vervangen met ingang van 20.08.2018 (Art. 3, W 30.07.2018, B.S. 10.08.2018, pg. 62704 – Erratum B.S. 28.08.2018, pg. 66582))

§ 1. In afwijking van artikel 14, § 2 en met uitsluiting van de levering van goederen onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing bedoeld in de artikelen 312 tot 341 van Richtlijn 2006/112/EG, wordt de plaats van de levering van goederen geacht zich in België te bevinden wanneer ze door of voor rekening van de leverancier naar België worden verzonden of vervoerd vanuit een andere lidstaat, voor zover de levering van de goederen wordt verricht voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon op wie de afwijking van artikel 25ter, § 1, tweede lid, toepasselijk is, of voor enige andere niet-belastingplichtige en voor zover de goederen geen nieuwe vervoermiddelen zijn in de zin van artikel 8bis, § 2, noch gemonteerd of geïnstalleerd zijn door of voor rekening van de leverancier.

Ingeval echter de geleverde goederen andere zijn dan accijnsproducten, is het eerste lid niet van toepassing op de leveringen van goederen:

verricht binnen de grenzen of ten belope van een totaal bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, dat in een kalenderjaar niet hoger mag zijn dan 35.000 euro, en

mits het totale bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde van de in het voorafgaande kalenderjaar verrichte leveringen van andere goederen dan accijnsproducten 35.000 euro niet heeft overschreden.

De bepalingen bedoeld in het tweede lid zijn niet van toepassing wanneer de leverancier in de lidstaat waarvan hij deel uitmaakt er voor gekozen heeft dat de plaats van deze leveringen België is.

§ 2. In afwijking van artikel 14, § 2 en met uitsluiting van de leveringen van goederen onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4, wordt als plaats van een levering van goederen, die door of voor rekening van de leverancier worden verzonden of vervoerd vanuit België naar een andere lidstaat, aangemerkt: de plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer, wanneer de voorwaarden onder 1° en 2° vervuld zijn:

de levering moet :

a) ofwel betrekking hebben op andere goederen dan de in artikel 8bis, § 2, bedoelde nieuwe vervoermiddelen, dan accijnsproducten en dan goederen geïnstalleerd of gemonteerd door of voor rekening van de leverancier en moet worden verricht voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon of voor een belastingplichtige die, in deze lidstaat, de bijzondere regeling voor landbouwondernemers geniet of die enkel handelingen stelt waarvoor hij geen enkel recht op aftrek heeft, op voorwaarde dat op het tijdstip van de levering deze personen niet gekozen hebben om hun intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen of, op dat tijdstip, het bedrag van hun verwervingen in het lopende kalenderjaar de drempel niet overschrijdt waaronder deze verwervingen niet aan de belasting onderworpen worden in de lidstaat waarvan deze personen deel uitmaken, of dat bedrag in het vorige kalenderjaar deze drempel niet heeft overschreden;

b) ofwel, betrekking hebben op andere goederen dan de nieuwe vervoermiddelen bedoeld in artikel 8bis, § 2, en dan goederen geïnstalleerd of gemonteerd door of voor rekening van de leverancier en verricht voor iedere andere niet-belastingplichtige;

het bedrag van de leveringen verricht door de leverancier naar deze lidstaat heeft in het vorige kalenderjaar de drempel overschreden of overschrijdt in het lopende kalenderjaar, op het tijdstip van de levering de drempel zoals deze werd bepaald door deze lidstaat bij toepassing van artikel 34 van de richtlijn 2006/112/EG.

De voorwaarde inzake de drempel bedoeld in het eerste lid, 2°, is niet van toepassing:

a) in de situatie bedoeld in het eerste lid, 1°, b), voor de accijnsproducten;

b) wanneer de leverancier ervoor gekozen heeft dat de plaats van de door hem verrichte leveringen zich bevindt in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen.

De keuze bedoeld in het tweede lid, b), geldt voor een periode van ten minste twee kalenderjaren. De Koning bepaalt de regels voor het uitoefenen van die keuze.

§ 3. Wanneer, in de situaties bedoeld in de paragrafen 1 en 2, de aldus geleverde goederen uit een derdelandsgebied of een derde land worden verzonden of vervoerd en door de leverancier worden ingevoerd in een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer, worden zij geacht te zijn verzonden of vervoerd vanuit de lidstaat van invoer.