Artikel 1, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 1, § 9, werd aangevuld met een lid (Art. 2, W 14.10.2018, B.S. 25.10.2018, pg. 81448. Erratum B.S. 30.11.2018) en § 15 werd ingevoegd (Art. 3, W 11.02.2019, B.S. 22.02.2019, pg. 17992) met ingang van 01.01.2019. De tekst van § 15 is slechts van toepassing op vouchers die na 31 december 2018 zijn uitgegeven (Art. 15, W 11.02.2019))
§ 1. Onder de naam belasting over de toegevoegde waarde wordt een omzetbelasting ingevoerd, die geheven wordt onder de voorwaarden en met inachtneming van de regelen bepaald in dit Wetboek.
§ 2. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:
1° "Lid-Staat" en "grondgebied van een Lid-Staat": het binnenland zoals dat in de §§ 3, 4 en 5, voor elke Lid-Staat wordt omschreven;
2° "Gemeenschap" en "grondgebied van de Gemeenschap": het binnenland van de Lid-Staten;
3° "derdelands gebied" en "derde land": elk ander grondgebied dan het binnenland van een Lid-Staat.
§ 3. Het "binnenland" komt overeen met het grondgebied van iedere lidstaat van de Europese Unie waarop de verdragen betreffende de Europese Unie en betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn overeenkomstig de artikelen 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en 349 en 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
§ 4. Het binnenland omvat niet de volgende nationale grondgebieden:
1° Bondsrepubliek Duitsland:
a) het eiland Helgoland;
b) het grondgebied van Büsingen;
2° Koninkrijk Spanje:
a) Ceuta;
b) Melilla;
3° Italiaanse Republiek:
a) Livigno;
b) Campione d'Italia;
c) de nationale wateren van het meer van Lugano;
4° Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:
Gibraltar.
Het binnenland omvat evenmin de volgende nationale grondgebieden:
1° Koninkrijk Spanje: de Canarische Eilanden;
2° Franse Republiek: de gebieden bedoeld in artikel 349 en artikel 355, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
3° Helleense Republiek: de Berg Athos;
4° Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland: de Kanaaleilanden;
5° Republiek Finland: de Aland-eilanden.
§ 5. Voor de toepassing van dit Wetboek worden geacht deel uit te maken van:
1° het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland: het Eiland Man;
2° de Franse Republiek: het Vorstendom Monaco;
3° de Republiek Cyprus: de zones Akrotiri en Dhekelia die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen.
§ 6. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:
1° ″intracommunautair goederenvervoer″: vervoer van goederen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst op het grondgebied van twee verschillende lidstaten zijn gelegen;
2° "plaats van vertrek": de plaats waar het goederenvervoer daadwerkelijk begint;
3° "plaats van aankomst": de plaats waar het goederenvervoer daadwerkelijk eindigt;
4° ″accijnsproducten″: energieproducten, alcohol en alcoholhoudende dranken en tabaksfabrikaten, zoals omschreven in de vigerende communautaire bepalingen, met uitzondering van gas dat geleverd wordt via een op het grondgebied van de Gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of eender welk op een dergelijk systeem aangesloten net.
§ 7. Voor de toepassing van dit Wetboek dient te worden verstaan onder:
1° " reizen ": de gehelen van samenhangende prestaties van vervoer, logies, spijs en drank om ter plaatse te worden verbruikt, ontspanning of dergelijke, verblijven tegen een vaste som welke inzonderheid logies omvatten, toeristische rondreizen, alsook het uitvoeren van één of meerdere prestaties die deel uit maken van die gehelen of die in dezelfde lijn ervan liggen;
2° " reisbureau ": eenieder die, voor zover hij zijn activiteit als volgt uitoefent, in eigen naam, reizen beoogd in 1°, organiseert en verkoopt aan reizigers, en die door die persoon worden verwezenlijkt door gebruik te maken van met het oog hierop door anderen aan hem verstrekte goederen en diensten.
Als reisbureau wordt derhalve niet aangemerkt voor de toepassing van dit Wetboek, eenieder die handelt als volgt:
1° hij die, in eigen naam, reizen beoogd in het eerste lid, 1°, organiseert en verkoopt aan reizigers en die zelf rechtstreeks met eigen middelen de uitvoering ervan verzekert;
2° hij die in de hoedanigheid van tussenpersoon bemiddelt in de verkoop van reizen beoogd in het eerste lid, 1°.
§ 8. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder " beleggingsgoud ":
1° goud, in de vorm van staven of plaatjes van een door de goudmarkten aanvaard gewicht, met een zuiverheid van ten minste 995 duizendsten, al dan niet belichaamd in certificaten.
De kleine staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram worden evenwel niet aangemerkt als beleggingsgoud.
2° gouden munten die:
- een zuiverheid van ten minste 900 duizendsten hebben,
- na 1800 zijn geslagen,
- in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd, en
- normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80 % overschrijdt.
Dergelijke munten worden geacht niet verkocht te zijn wegens hun numismatisch belang.
§ 9. Voor de toepassing van dit Wetboek dient te worden verstaan:
1° onder gebouw of een gedeelte van een gebouw, ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden;
2° onder bijhorend terrein, het terrein waarvoor de toelating werd verkregen om er op te bouwen en dat door éénzelfde persoon wordt overgedragen tegelijk met het gebouw waartoe het behoort.
Het eerste lid, 2°, is niet van toepassing op artikel 44, § 3, 2°, d).
§ 10. Voor de toepassing van dit Wetboek is er sprake van misbruik wanneer de verrichte handelingen resulteren in het verkrijgen van een fiscaal voordeel waarvan de toekenning in strijd is met de doelstelling beoogd in dit Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en die handelingen in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel hebben.
§ 11. Voor de toepassing van de artikelen 14, § 4, 21, § 3, 6° en 21bis, § 2, 8°, wordt beschouwd als:
1° ″in de Gemeenschap verricht gedeelte van een passagiersvervoer″: het gedeelte van een vervoer dat, zonder tussenstop buiten de Gemeenschap, plaatsvindt tussen de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van het passagiersvervoer;
2° ″plaats van vertrek van een passagiersvervoer″: het eerste punt in de Gemeenschap waar passagiers aan boord kunnen komen, eventueel na een tussenstop buiten de Gemeenschap;
3° ″plaats van aankomst van een passagiersvervoer″: het laatste punt in de Gemeenschap waar passagiers die binnen de Gemeenschap aan boord zijn gekomen van boord kunnen gaan, eventueel vóór een tussenstop buiten de Gemeenschap.
Ingeval het een heen– en terugreis betreft, wordt de terugreis als een afzonderlijk vervoer beschouwd.
§ 12. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:
1° ″belastbare feit″: het feit waardoor de wettelijke voorwaarden worden vervuld die vereist zijn voor het opeisbaar worden van de belasting;
2° ″opeisbaarheid van belasting″: het recht dat de Schatkist heeft om krachtens de wet de belasting vanaf een bepaald tijdstip te vorderen van de persoon die de belasting moet voldoen, ook al kan de betaling daarvan worden uitgesteld.
§ 13. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:
1° ″factuur″: elk document of bericht op papier of in elektronisch formaat dat voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in het Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten;
2° ″elektronische factuur″: een factuur die de in het Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten voorgeschreven gegevens bevat en in om het even welke elektronische vorm wordt uitgereikt en ontvangen.
§ 14. (vernietigd)
§ 15. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:
1° "voucher": een instrument ten aanzien waarvan de verplichting bestaat dat instrument als tegenprestatie of gedeeltelijke tegenprestatie voor leveringen van goederen of diensten te aanvaarden en waarbij de te verrichten leveringen van goederen of diensten, of de identiteit van de potentiële verrichters ervan, vermeld staan op het instrument zelf of in de bijhorende documentatie, inclusief de voorwaarden voor het gebruik van het instrument;
2° "voucher voor enkelvoudig gebruik": een voucher waarbij de plaats van de levering van goederen of de dienst waarop de voucher betrekking heeft, alsmede het bedrag van de over die leveringen of diensten verschuldigde belasting, bekend zijn op het tijdstip van uitgifte van de voucher;
3° "voucher voor meervoudig gebruik": alle vouchers, uitgezonderd vouchers voor enkelvoudig gebruik.
