Artikel 21, Wetboek van de Btw

Artikel 21

(De tekst van art. 21, werd gewijzigd met ingang van 01.07.1985 (Art. 46, W 27.12.1984))

§ 1. Een dienst vindt plaats hier te lande als de overeenkomstig de § 2 tot 4 aangemerkte plaats zich hier te lande bevindt.

§ 2. Als plaats van een dienst wordt aangemerkt de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

§ 3. In afwijking van § 2, wordt als plaats van de dienst aangemerkt :

de plaats waar het onroerend goed is gelegen wanneer het gaat om een dienst die volgens een door de Koning te bepalen lijst verband houdt met een uit zijn aard onroerend goed ;

de plaats waar het goed zich bevindt, wanneer het gaat om een werk, inbegrepen de expertise, dat betrekking heeft op een in artikel 9, § 1, bedoeld goed ;

de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het vervoerdiensten betreft ;

de plaats waar de dienst materieel wordt verricht :

a) in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, onderwijs en vermakelijkheidsactiviteiten of soortgelijke activiteiten, met inbegrip van die van de organisatoren van zulke activiteiten, alsmede van daarmee samenhangende diensten ;

b) in verband met het verschaffen van spijs en drank om ter plaatse te worden verbruikt, als bedoeld in artikel 18, § 1, 11 ;

c) in verband met activiteiten die met vervoer samenhangen ;

(opgeheven)

de plaats waar het gebruik plaatsvindt van een vervoermiddel dat is verhuurd :

a) door een verhuurder die hier te lande is gevestigd in de mate waarin dit vervoermiddel buiten de Europese Economische Gemeenschap wordt gebruikt ;

b) door een verhuurder die buiten die Gemeenschap is gevestigd ;

de plaats waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht, of bij gebreke, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd of aan een ontvanger die in die Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor beroepsdoeleinden, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft :

a) de overdracht van of het verlenen van een auteursrecht, een octrooi, een licentierecht, een fabrieks of handelsmerk, of een ander soortgelijk recht ;

b) de overdracht van of het verlenen van rechten op een cliënteel, een verkoop of aankoopmonopolie ; het recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenen ; de verbintenis een beroepswerkzaamheid of een onder a bedoeld recht niet uit te oefenen ;

c) werkzaamheden op het gebied van de reclame ;

d) intellectueel werk in het kader van hun geregelde werkzaamheden verricht door juridische of andere adviseurs, accountants, ingenieurs, adviesbureaus en andere soortgelijke dienstverrichters, met uitzondering van onder § 3, 1, bedoelde diensten ;

e) verrichtingen van banken en andere financiële instellingen in het raam van hun specifieke werkzaamheid, met uitzondering van de verhuur van brandkasten ;

f) de terbeschikkingstelling van personeel ;

g) verrichtingen van makelaars en lasthebbers die niet handelen als bedoeld in artikel 13, § 2, en die tussenkomst verlenen bij diensten bedoeld in dit 7° ;

h) de verhuur van een uit zijn aard roerend goed ander dan een vervoermiddel.

§ 4. Ten einde dubbele heffing of nietheffing van belasting alsmede concurrentieverstoring te voorkomen, kan de Koning, voor de diensten als bedoeld in § 3, 7 :

de plaats van de dienst die, krachtens dit artikel, in het binnenland is gelegen, aanmerken als buiten de Europese Economische Gemeenschap te zijn gelegen wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie buiten die Gemeenschap geschieden ;

de plaats van de dienst die, krachtens dit artikel, buiten de genoemde Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie in het binnenland geschieden.

§ 5. Behoudens tegenbewijs wordt de plaats van een dienst geacht zich hier te lande te bevinden als één van de bij de dienst betrokken partijen er een zetel van beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats.