Artikel 21, Wetboek van de Btw

Artikel 21

(De tekst van art. 21, § 3, 8°, werd gewijzigd met ingang van 07.01.2007 (Art. 42, W 27.12.2006, B.S. 28.12.2006))

§ 1. Een dienst vindt plaats in België als de overeenkomstig de §§ 2 tot 4 aangemerkte plaats zich in België bevindt.

§ 2. Als plaats van een dienst wordt aangemerkt de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

§ 3. In afwijking van § 2 wordt als plaats van de dienst aangemerkt :

de plaats waar het onroerend goed is gelegen wanneer het gaat om een dienst die volgens een door de Koning te bepalen lijst verband houdt met een uit zijn aard onroerend goed;

wanneer het gaat om een materieel werk of een expertise die betrekking hebben op een ander goed dan een uit zijn aard onroerend goed :

a) de plaats waar het goed zich bevindt op het ogenblik dat de dienst materieel wordt verricht;

b) in afwijking van a, op het grondgebied van de Lid-Staat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst aan hem is verleend wanneer de dienst wordt verstrekt aan een ontvanger die voor de BTW is geïdentificeerd in een andere Lid-Staat dan die waarin de dienst materieel wordt verricht. Deze afwijking is niet van toepassing indien de goederen niet zijn verzonden of vervoerd buiten de Lid-Staat waar de dienst materieel is verricht;

de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden, wanneer het vervoerdiensten betreft;

3°bis in afwijking van 3°, wanneer het intracommunautair goederenvervoer betreft :

a) de plaats van vertrek van het vervoer;

b) in afwijking van a, het grondgebied van de Lid-Staat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst aan hem is verleend, wanneer deze Lid-Staat een andere is dan die van vertrek van het vervoer;

3°ter wanneer het de tussenkomst bij intracommunautair goederenvervoer betreft van een tussenpersoon die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2 :

a) de plaats van het vertrek van het vervoer;

b) in afwijking van a, het grondgebied van de Lid-Staat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst van de tussenpersoon aan hem is verleend, wanneer deze Lid-Staat een andere is dan die van vertrek van het vervoer;

de plaats waar de dienst materieel wordt verricht :

a) in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, onderwijs- en vermakelijkheidsactiviteiten of soortgelijke activiteiten, met inbegrip van die van de organisatoren van zulke activiteiten, alsmede van daarmee samenhangende diensten;

b) in verband met het verschaffen van spijs en drank als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 11°;

c) in verband met een activiteit die met het vervoer samenhangt;

4°bis in afwijking van 4°, c, in verband met een activiteit die samenhangt met intracommunautair goederenvervoer, het grondgebied van de Lid-Staat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst aan hem is verleend, wanneer deze Lid-Staat een andere is dan die waar de dienst materieel wordt verricht;

4°ter wanneer het de tussenkomst betreft van een tussenpersoon die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2, bij het verrichten van diensten in verband met activiteiten die samenhangen met intracommunautair goederenvervoer :

a) de plaats waar de met het goederenvervoer samenhangende diensten materieel worden verricht;

b) in afwijking van a, het grondgebied van de Lid-Staat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst van de tussenpersoon aan hem is verleend, wanneer deze Lid-Staat een andere is dan die waar de met het goederenvervoer samenhangende diensten materieel worden verricht;

(opgeheven);

de plaats waar het gebruik plaatsvindt van een vervoermiddel dat is verhuurd :

a) door een verhuurder die in België is gevestigd in de mate waarin dit vervoermiddel buiten de Gemeenschap wordt gebruikt;

b) door een verhuurder die buiten de Gemeenschap is gevestigd;

de plaats waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht, of bij gebreke, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aan een belastingplichtige die in de Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor de doeleinden van zijn economische activiteit, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft :

a) de overdracht van of het verlenen van een auteursrecht, een octrooi, een licentierecht, een fabrieks- of handelsmerk, of een ander soortgelijk recht;

b) de overdracht van of het verlenen van rechten op een cliënteel, een verkoop- of inkoopmonopolie; het recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenen; de verbintenis een beroepswerkzaamheid of een onder a bedoeld recht niet uit te oefenen;

c) werkzaamheden op het gebied van de reclame;

d) intellectueel werk in het kader van hun geregelde werkzaamheden verricht door juridische of andere adviseurs, accountants, ingenieurs, adviesbureaus en andere soortgelijke dienstverrichters alsook informatieverwerking en -verschaffing, met uitzondering van de in 1° bedoelde diensten en de in 2° bedoelde expertises;

e) bank-, financiële en verzekeringsverrichtingen met inbegrip van herverzekeringsverrichtingen en met uitzondering van de verhuur van safeloketten;

f) de terbeschikkingstelling van personeel;

g) diensten van tussenpersonen die niet handelen als bedoeld in artikel 13, § 2, en die tussenkomst verlenen bij diensten bedoeld in dit 7°;

h) de verhuur van lichamelijk roerende goederen, met uitzondering van ieder vervoermiddel;

i) telecommunicatiediensten;

j) radio- en televisieomroepdiensten;

k) langs elektronische weg verrichte diensten;

l) het bieden van toegang tot, en transport of transmissie via aardgas- en elektriciteitsdistributiesystemen en het verrichten van andere daarmee rechtstreeks verbonden diensten;

wanneer het de tussenkomst betreft van een tussenpersoon die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2, bij een intracommunautaire verwerving van goederen en, wanneer ze in de Gemeenschap plaatsvinden, bij de levering van goederen of bij een dienst, met uitzondering van de 1°, 3°ter, 4°ter en 7°, g bedoelde diensten :

a) de plaats van de intracommunautaire verwerving, van de levering van goederen of van de dienst waarbij de tussenpersoon tussenkomt;

b) in afwijking van a, het grondgebied van de Lid-Staat die aan de ontvanger het BTW-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst van de tussenpersoon aan hem is verleend, wanneer deze Lid-Staat een andere is dan die waar de handeling plaatsvindt waarbij de tussenpersoon tussenkomt;

in België, indien het gaat om telecommunicatie, radio- en televisieomroepdiensten die feitelijk hier te lande worden gebruikt en geëxploiteerd, welke een dienstverrichter gevestigd buiten de Gemeenschap verstrekt aan een ontvanger gevestigd in de Gemeenschap en die niet handelt in de hoedanigheid van belastingplichtige voor de doeleinden van zijn economische activiteit;

10° in België, indien het gaat om langs elektronische weg verrichte diensten die een buiten de Gemeenschap gevestigde dienstverrichter verstrekt aan een ontvanger gevestigd in België die niet handelt in de hoedanigheid van belastingplichtige voor de doeleinden van zijn economische activiteit.

§ 4. Ten einde dubbele heffing of niet-heffing van belasting alsmede concurrentieverstoring te voorkomen, kan de Koning, voor de diensten als bedoeld in § 3, 7°, a) tot j) :

de plaats van de dienst die, krachtens dit artikel, in België is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie buiten die Gemeenschap geschieden;

de plaats van de dienst die, krachtens dit artikel, buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie in het binnenland geschieden.

§ 5. Behoudens tegenbewijs wordt de plaats van een dienst geacht zich in België te bevinden als één van de bij de dienst betrokken partijen er een zetel van economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats.