Artikel 24, Wetboek van de Btw

Artikel 24

(De tekst van art. 24, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1986 (Art. 1, W 04.07.1986))

§ 1. Bij invoer vindt het belastbaar feit plaats en wordt de belasting verschuldigd op het tijdstip van het binnenkomen van het goed op het grondgebied zoals bepaald bij artikel 23.

§ 2. Indien de goederen overeenkomstig het bepaalde in artikel 40, § 1, 1°, van het Wetboek, onder een regeling inzake doorvoer of entrepot worden geplaatst, vindt het belastbaar feit eerst plaats en wordt de belasting eerst verschuldigd op het tijdstip waarop de goederen op regelmatige wijze aan die regeling worden onttrokken en ten verbruik worden aangegeven. Hetzelfde geldt wanneer de goederen bij de invoer overeenkomstig de douanewetgeving bij de douane worden aangebracht en eventueel in tijdelijke opslag worden geplaatst.

§ 3. Indien de goederen overeenkomstig het bepaalde in artikel 40, § 1, 3°, a, van het Wetboek, onder een regeling vrijstelling bij tijdelijke invoer worden geplaatst, vindt het belastbaar feit eerst plaats en wordt de belasting eerst verschuldigd op het tijdstip :

waarop in uitzonderlijke gevallen, of voor goederen die bestemd zijn om op tentoonstellingen, jaarbeurzen, congressen of soortgelijke manifestaties te worden getoond of gebruikt, door of vanwege de Minister van Financiën de aangifte ten verbruik wordt toegestaan van de goederen die onder deze regeling zijn toegelaten ;

waarop goederen die kunnen worden teruggewonnen in de vorm van afvalstoffen na een officieel toegestane vernietiging ten verbruik worden aangegeven ;

waarop goederen die worden ingevoerd met het oog op eventuele verkoop ten verbruik worden aangegeven .

Indien niet meer wordt voldaan aan een van de voorwaarden waaraan het recht op de regeling vrijstelling bij tijdelijke invoer is onderworpen en indien de goederen welke onder deze regeling vallen :

- niet zijn uitgevoerd,

- niet zijn geplaatst, met het oog op hun latere uitvoer, onder de regeling inzake entrepot, onder de regeling inzake communautair douanevervoer, of onder een van de regelingen voor internationaal vervoer als bedoeld in artikel 7, § 1, van Verordening (E.E.G.) nr. 222/77 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap van 13 december 1976 betreffende communautair douanevervoer, voor zover gebruikmaking van laatstgenoemde regelingen is toegestaan bij de communautaire wetgeving,

- niet zijn vernietigd onder douanetoezicht,

- niet zijn vernietigd of onherstelbaar verloren zijn gegaan ten gevolge van de aard van de goederen, van omstandigheden die niet waren te voorzien of ten gevolge van overmacht, en voor zover daarvan het bewijs wordt geleverd,

vindt het belastbaar feit plaats en wordt de belasting verschuldigd ofwel op het tijdstip waarop niet meer aan de voorwaarde wordt voldaan, ofwel, indien wordt vastgesteld dat nimmer aan de voorwaarde werd voldaan, op het tijdstip waarop de goederen het land werden binnengebracht.

§ 4. Wanneer de goederen bedoeld in § 3 ten verbruik worden aangegeven en de importeur een niet-belastingplichtige is dan wel een belastingplichtige die niet het recht op volledige aftrek geniet, kan, door of vanwege de Minister van Financiën, ten einde aanzienlijke concurrentieverstoring tegen te gaan, ervan uitgegaan worden dat het belastbaar feit heeft plaatsgevonden op het tijdstip waarop de goederen het land werden binnengebracht.

§ 5. Voor de tijdelijke invoer van goederen die recht geeft op gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten ingevolge de Verordening (E.E.G.) nr. 3599/82 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap van 21 december 1982, vindt het belastbaar feit plaats en wordt de belasting verschuldigd op het tijdstip waarop de goederen het land worden binnengebracht. De maatstaf van heffing van de belasting wordt geregulariseerd wanneer de inning van de invoerrechten verricht wordt ingevolge een gedeeltelijke vrijstelling.

Door of vanwege de Minister van Financiën kan worden besloten dat van een regularisering wordt afgezien wanneer de importeur een belastingplichtige is die recht heeft op volledige aftrek van de voor de ingevoerde goederen verschuldigde belasting.