Artikel 39, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 39, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1978 (Art. 19, W 27.12.1977))
§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld :
1° de levering van goederen die door of voor rekening van de leverancier worden uitgevoerd;
2° de levering van goederen die door of voor rekening van de niet in België gevestigde koper worden uitgevoerd ; de vrijstelling geldt evenwel niet indien de goederen bestemd zijn voor de uitrusting of de bevoorrading van pleziervaartuigen en sportvliegtuigen of van andere vervoermiddelen voor privégebruik;
3° de diensten, andere dan die welke zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 41 en 42, met betrekking tot goederen die hier te lande zijn verkregen of vervaardigd, of er zijn ingevoerd om de bedoelde diensten te ondergaan, en die worden uitgevoerd door de dienstverrichter of de niet in België gevestigde afnemer van de dienst, dan wel voor hun rekening.
§ 2. Van de belasting zijn vrijgesteld :
1° de levering van goederen die door de leverancier of de niet in België gevestigde koper, dan wel voor hun rekening, worden verzonden of vervoerd naar een plaats waar overeenkomstig artikel 40, § 1, 1, voor die goederen een regeling van entrepot geldt, alsmede de overdracht van goederen met handhaving van die regeling ;
2° de diensten, andere dan die welke zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 41 en 42, met betrekking tot goederen die hier te lande zijn verkregen of vervaardigd, of er zijn ingevoerd om bedoelde diensten te ondergaan, en die door de dienstverrichter of de niet in België gevestigde afnemer van de dienst, dan wel voor hun rekening, worden verzonden of vervoerd naar een plaats waar overeenkomstig artikel 40, § 1, 1, voor die goederen een regeling van entrepot geldt ;
3° de diensten, andere dan die welke zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 41 en 42, met betrekking tot goederen die zich onder een regeling van entrepot bevinden overeenkomstig artikel 40, § 1, 1 ;
4° de diensten, ander dan die welke zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 41 en 42, met betrekking tot goederen die voor doorvoer zijn aangegeven en bestaan in handelingen die in het kader van de doorvoerregeling zijn toegelaten.
§ 3. De Koning bepaalt de voorwaarden die voor het verkrijgen van de in §§ 1 en 2 bedoelde vrijstelling moeten worden nageleefd, en kan daarbij afwijken van de artikelen 17 en 22. Hij bepaalt eveneens de verplichtingen en de aansprakelijkheid tegenover de Staat van de tussenpersonen die bij het vervoer optreden voor rekening van de leverancier, de dienstverrichter of de niet in België gevestigde koper of aannemer.
§ 4. Om de uitvoering van internationale akten te verzekeren, kan de Koning alle maatregelen nemen volgens welke, onder de door Hem te stellen beperkingen en voorwaarden, gehele of gedeeltelijke vrijstelling wordt verleend voor leveringen van en voor diensten met betrekking tot goederen die worden uitgevoerd.
