Artikel 39bis, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 39bis, werd ingevoegd met ingang van 01.01.1993 (Art. 43, W 28.12.1992 en art.12, KB 29.12.1992))
Van de belasting zijn vrijgesteld :
1° de leveringen van goederen door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor een andere belastingplichtige, of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lid-Staat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen;
2° de leveringen van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, door de verkoper, door de afnemer of voor hun rekening naar de afnemer verzonden of vervoerd, buiten België, maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor belastingplichtigen of voor niet-belastingplichtige rechtspersonen die er daar niet toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan de bovengenoemde vervoermiddelen en andere dan de accijnsprodukten bedoeld onder 3 aan de belasting te onderwerpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige;
3° de leveringen van accijnsprodukten, door de verkoper, anders dan een belastingplichtige die geniet van de regeling bepaald in artikel 56, § 2, door de afnemer of voor hun rekening naar de afnemer verzonden of vervoerd, buiten België, maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor belastingplichtigen of voor niet-belastingplichtige rechtspersonen die er daar niet toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan de vervoermiddelen bedoeld onder 2 en andere dan de bovengenoemde accijnsprodukten aan de belasting te onderwerpen, wanneer de verzending of het vervoer van de goederen plaatsvindt overeenkomstig artikel 7, leden 4 en 5, of artikel 16 van Richtlijn 92/12/EEG;
4° de in artikel 12bis bedoelde leveringen van goederen waarvoor de vrijstelling als bedoeld in 1 zou gelden, indien zij voor een andere belastingplichtige zouden zijn verricht.
De Koning bepaalt de beperkingen en voorwaarden voor de toepassing van deze vrijstelling.
