Artikel 41, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 41, § 1, eerste lid, 6°, werd gewijzigd met ingang van 08.07.2013 (Art. 44, W 17.06.2013, B.S. 28.06.2013, pg. 41014. Errata Nederlandstalige versie, B.S. 25.11.2013, pg. 87131 en B.S. 27.11.2013, Ed. 3, pg. 92168))
§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld :
1° het zeevervoer van personen; het internationale luchtvervoer van personen; het vervoer van door reizigers begeleide bagage en auto’s bij hier onder 1° bedoeld vervoer;
2° de diensten die betrekking hebben op de invoer van goederen en waarvan de waarde in België of in een andere lidstaat opgenomen is in de maatstaf van heffing bij invoer;
3° de diensten die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen vanuit België of vanuit een andere lidstaat buiten de Gemeenschap;
4° de diensten die rechtstreeks verband houden met goederen die :
a) in België vallen onder een regeling als bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5 of onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot;
b) in een andere lidstaat vallen onder een regeling die het equivalent is van de regelingen bedoeld in a);
5° de diensten die rechtstreeks verband houden met handelingen die op grond van artikel 39, § 2, 1°, vrijgesteld zijn van de belasting;
6° het intracommunautaire vervoer van goederen naar of vanaf de eilanden die de autonome regio’s van de Azoren en van Madeira vormen, het vervoer van goederen tussen deze eilanden alsmede de daarmee samenhangende handelingen.
Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid, 3° tot 5° wordt onder meer bedoeld, de diensten die tot voorwerp hebben :
1° het vervoer van goederen;
2° het laden, lossen, overslaan en overpompen van goederen;
3° het wegen, meten en peilen van goederen;
4° het verpakken, overpakken en het uitpakken van goederen;
5° het behandelen, het stouwen en verstouwen van goederen;
6° het nazien, onderzoeken en in ontvangst nemen van goederen;
7° het beveiligen van goederen tegen slecht weer, diefstal, brandgevaar en ander gevaar voor verlies of vernieling;
8° het opbergen en bewaren van goederen;
9° het verrichten van formaliteiten bij invoer, uitvoer uit de Gemeenschap of douanevervoer en die zijn voorgeschreven overeenkomstig een communautaire bepaling.
§ 2. Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten door makelaars en lasthebbers die niet handelen als bedoeld in artikel 13, § 2, wanneer die makelaars en lasthebbers tussenkomst verlenen bij :
a) leveringen van goederen of diensten die buiten de Gemeenschap plaatsvinden;
b) leveringen van goederen of diensten die vrijgesteld zijn ingevolge de artikelen 39, 39quater, 40, 41 en 42;
c) leveringen van goederen of diensten die in een andere lidstaat plaatsvinden en die in die lidstaat zijn vrijgesteld ingevolge een nationale bepaling die de artikelen 146 tot en met 152 van de Richtlijn 2006/112/EG omzet.
§ 3. De Koning bepaalt de toepassingsvoorwaarden van dit artikel.
