Artikel 41, Wetboek van de Btw

Artikel 41

(De tekst van art. 41, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1993 (Art.47, W 28.12.1992))

§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld:

het zeevervoer van personen; het internationale luchtvervoer van personen; het vervoer van door reizigers begeleide bagage en auto's bij hier onder 1 genoemd vervoer;

het vervoer, en de daarmee samenhangende handelingen, van goederen herkomstig uit een derde land, wanneer de waarde van dat vervoer en van die handelingen overeenkomstig artikel 34 bij invoer is opgenomen in de maatstaf van heffing;

het vervoer van goederen dat rechtstreeks verband houdt met de uitvoer van goederen buiten de Gemeenschap;

het vervoer van goederen die vallen onder een regeling zoals bepaald bij artikel 23, §§ 4 en 5, of onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot;

de volgende diensten gebruikt voor het onder 3 en 4 bedoeld vervoer:

a) laden, lossen, overslaan, behandelen, stouwen, verstouwen, wegen, meten, peilen, nazien, onderzoeken en in ontvangst nemen van goederen;

b) opbergen en bewaren van goederen;

diensten die tot voorwerp hebben het verrichten van douaneformaliteiten bij invoer, uitvoer uit de Gemeenschap of douanevervoer;

het intracommunautaire vervoer van goederen naar of vanaf de eilanden die de autonome regio's van de Azoren en van Madeira vormen, alsmede de daarmee samenhangende handelingen.

§ 2. Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten door makelaars en lasthebbers die niet handelen als bedoeld in artikel 13, § 2, wanneer die makelaars en lasthebbers tussenkomst verlenen bij leveringen van goederen of diensten die niet in de Gemeenschap plaatsvinden of die vrijgesteld zijn ingevolge de artikelen 39, 40, 41 en 42.

Die vrijstelling is niet van toepassing op de diensten van reisbureaus die tussenkomst verlenen bij het verschaffen van vervoer, van logies, van ter plaatse verbruikte spijzen of dranken, van vermaak of van één of meer van deze in artikel 18 bedoelde diensten, tenzij wanneer het reisbureau handelt in naam en voor rekening van de verrichter van die diensten.

§ 3. De Koning bepaalt de toepassingsvoorwaarden van dit artikel.