Artikel 51, Wetboek van de Btw
(De tekst van art. 51, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1996 (Art. 15, KB 22.12.1992))
§ 1. De belasting is verschuldigd :
1° door de belastingplichtige die in België een belastbare levering van goederen of een belastbare dienst verricht;
2° door degene die in België een belastbare intracommunautaire verwerving van goederen verricht;
3° door eenieder die op een factuur of op een als zodanig geldend stuk de belasting over de toegevoegde waarde vermeldt, zelfs indien hij geen goed heeft geleverd noch een dienst heeft verstrekt. Hij wordt schuldenaar van de belasting op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of het stuk.
§ 2. In afwijking van § 1, 1, is de belasting verschuldigd :
1° door de ontvanger van de dienst wanneer de dienstverrichter een buiten België gevestigde belastingplichtige is, en
a) hetzij de plaats van de dienst krachtens artikel 21, § 3, 7, geacht wordt zich in België te bevinden;
b) hetzij de ontvanger van de dienst overeenkomstig artikel 50, § 1, voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd en de plaats van de dienst overeenkomstig artikel 21, § 3, 2°, b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter en 8°, geacht wordt zich in België te bevinden;
2° door de medecontractant die overeenkomstig artikel 50, § 1, voor BTW-doeleinden is gedentificeerd, wanneer het gaat om leveringen van goederen als bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 3, en voor zover de in artikel 53, eerste lid, 2, beoogde factuur de door de Koning te bepalen vermeldingen bevat;
3° door de medecontractant wanneer het gaat om leveringen van goederen of diensten als bedoeld in de artikelen 39, § 2, en 39quater;
4° door degene die de goederen onttrekt aan één van de regelingen bedoeld in de artikelen 39, § 2, en 39quater.
§ 3. Wanneer ten aanzien van goederen en diensten waarvoor de in artikel 59, § 2, bedoelde deskundige schatting kan worden gevorderd, wordt vastgesteld dat de belasting werd voldaan over een onvoldoende maatstaf, is de aanvullende belasting verschuldigd door degene tegen wie de schattingsprocedure wordt ingesteld.
§ 4. De Koning kan afwijken van § 1, 1, om de medecontractant van de leverancier van goederen of van de dienstverrichter tot voldoening van de belasting te verplichten in de mate dat Hij zulks noodzakelijk acht om die voldoening te vrijwaren.
